Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Virgam virtutis tua? emittet Dominus ex Sion: dominare in medio inimieorum tuorum.

3. Tecura principium in die virtutis tua? in splendoribus sanctorum: ex utero ante luciferum genui te.

4. Juravit Dominus, et non poenitebit eum: Tu es sacerdos in aster-

2. Den schepter uwer kracht zal de Heer uit Sion zenden: Heersch in het midden uwer vijanden*).

3. Bij U is de heerschappij ten dage uwer kracht in de glansen der heiligen5). Uit den schoot heb Ik U vóór de morgenster verwekt6).

4. Gezworen heeft de Heer en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt

I 25, duidt hier niet iets tijdelijks of voorbijgaands aan, alsof de macht van den Godmensch eens zou ophouden; immers naar den Apostel (Hebr. X 12) «zit Hij voor eeuwig aan Gods rechterhand». Maar in zoover het heerschen van den Godmensch verbonden is met strijden en overwinnen, zoolang er een strijdende Kerk bestaat, zal, blijkens I Cor. XV 25, die macht van den Godmensch duren, totdat al het kwaad overwonnen is, dus tot aan het laatste oordeel; daarna zal Hij (I Cor. XV 24) «het Rijk overgeven aan God en den Vader». De zin is dus: neem reeds thans als overwinnaar plaats aan mijne rechterhand, ook voordat uwe overwinning op uwe vijanden in den loop der tijden hare voltooiing vindt; die overwinning zal Ik U doen behalen, door al uwe vijanden, inzonderheid den duivel, de zonde en den dood tot een schabel voor uwe voeten te maken, d. i. volkomen aan U te onderwerpen. Vfrl. Jos. X 24.

4) God de Vader (of de Psalmist als profeet) richt hier het woord tot den Heiland, die den troon heeft bestegen. De gebiedende wijs heersch wordt door den Psalmist gebezigd om met kracht uit te drukken, dat de voorspelling zeker vervuld zal worden. Door Sion kan naar de letter de stad Jerusalem bedoeld worden; de zin is dan: God zal de met uwe goddelijke kracht uitgeruste Apostelen uit Jerusalem zenden (vgl. Mare. XVI 15; Act. I 8, 9) om uw Rijk over de aarde uit te breiden. Niets belet echter hier in Sion een beeldspraak te zien ter aanduiding van den hemel; de zin is dan: de Beer, uw Vader, _ zal den schepter, d. i. de heerschappij uwer kracht, m. a. w. uwe krachtige heerschappij» uit het hemelsche Sion, waar Gij naast Hem zetelt, op de aarde zenden, d. i. aldaar hare macht doen oefenen en U daar doen heerschen te midden uwer vijanden.

Dit werd vervuld, toen na de hemelvaart des Heilands, de H. Geest, de van den Vader en den Zoon voortkomende kracht des Allerhoogsten (Luc. I 35), door den Vader op de aarde gezonden werd om in de Kerk van Christus te heerschen, d. i. ze te bestieren, uit te breiden en te heiligen en zoodoende ook Christus zegevierend te doen regeeren te midden zijner vijanden.

') Gij oefent de heerschappij over de Kerk en hare vijanden, wanneer en zoolang uwe kracht hare werking in de Kerk zal doen gevoelen, d. i. op eiken dag in den loop der eeuwen en bij uitstek ten dage des oordeels. Die heerschappij zult Gij oefenen in de glansen der heiligen, d. L (vooral ten dage des oordeels) omringd door eenen schitterenden stoet van («uwe» Septuag.) heiligen. Vgl. Matth. XXV 31; Jud. 14. De zin kan echter ook zijn: Gij oefent die. terwijl Gij schittert in de glansen van het heiligdom of in den glans der U toegewijde priesters, dienaren van het heiligdom, m. a. w. in priesterlijken, heiligen luister, als opperpriester (vgl. v. 4). Als zoodanig immers heerscht de Verlosser in en door zijne Kerk; als zoodanig verschaft Hij haar de genade en de kracht des H. Geestes, door welke Hem de geloovigen onderworpen worden en Hij zijne Kerk doet zegepralen over hare vijanden.

6) De heerschappij zal bij den Verlosser wezen, omdat Hij God is: immers als het eeuwig Woord werd Hij vóór de morgenster, d. i. vóór de schepping van het eerste licht, vóór alle eeuwen, uit den schoot, d. i. uit de eigen goddelijke zelfstandigheid zijns Vaders, verwekt. — In den grondtekst, dien sommigen intusschen hier voor opzettelijk veranderd houden, luidt v. 3: «Uw (krijgs)volk zal geheel bereidvaardigheid zijn op den dag van uw

Sluiten