Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Beati, qui scrutantur testimonia ejus: in toto corde exquirunt eum.

3. Non enim qui operantur iniquitatem, in viis ejus ambulaverunt.

4. Tu mandasti mandata tua custodiri nimis.

5. Utinam dirigantur viae mea?, ad custodiendas justificationes tuas.

6. Tune non confundar, cum perspexero in omnibus mandatis tuis.

7. Confitebor tibi in directione cordis: in eo quod didici judicia justitiae tuae.

8. Justificationes tuas custodiam: non me derelinquas usquequaque.

| 2. Gelukkig die zijne getuigenissen nagaan, Hem van ganscher harte zoeken1).

3. Want die ongerechtigheid bedrijven, wandelen niet op zijne wegen8).

*• 0$. rQij hebt bevolen uwe geboden streng te onderhouden.

5. Mogen mijne wegen gericht zijn op het bewaren van uwe verordeningen4) !

6. Dan zal ik niet beschaamd staan*), als ik het oog gevestigd houd op al uwe geboden.

7^ Dc zal U loven in rechtzinnigheid des harten daarvoor, dat fit de oordeelen uwer gerechtigheid heb leeren kennen. 8. Uwe verordeningen zal ik onderhouden ; verlaat mij niet geheel en al!

Beth.

Van de jeugd af aan dient de Wet onderhouden te worden fv. 9)- dat wil xk met Gods hulp (v. 10); ik neem ze ter harte om niet te zondtgen fv. 11). God doe ze mij kennen (v. 12); mijn mond vloeit er van over (v. 13); mijn hart is er vol van fv. 14); steeds denk ik er aan fv. 15—16).

9. Lu quo corrigit adolescentior viam suam ? in custodiendo sermones tuos.

10. In toto corde meo exquisivi

9. Waardoor stelt een jongeling zijnen weg op orde6)? Door het onderhouden uwer woorden.

10. Ik zoek U met geheel mijn

len zijner beloften. De gevoelens van den zanger omtrent de Wet worden eveneens afwisselend, naarmate zij uit zijn hart opwellen, door een rijke keuze van woorden uitgedrukt; hij verlangt naar de Wet, zoekt, beschouwt, onderzoekt en leert ze; hij gelooft er aan, betrouwt er op, kent, overweegt, begrijpt en verkiest zej hij richt er zijne schreden naar en wijkt er niet van af • hij vergeet ze niet, hij heeft er ontzag voor, bemint ze en schept er behagen in ze te onderhouden. — Dichter en dagteekening van den Psalm zfin onbekend. Sommigen meenen, dat de Psalmist spreekt als vertegenwoordiger der verbannen, verachte en in hun volksbestaan bedreigde Israëlieten, en dat hij. voor hen om barmhartigheid, bescherming en terugkeer naar hunne |

haardsteden smeekt, terwijl hij wijst op de trouwe vervulling der Wet, waartoe zij, door hunne ongelukken wijzer geworden, thans besloten zijn.

*) Hem zoeken, d. i. Hem willen eeren en verlangen Hem te behagen door het onderhouden der Wet.

8) Hebr., in aansluiting aan v. 2: «(die) ook geen onrecht doen, (die) op zijne wegen wandelen».

*) Moge mijne handelwijze steeds zonder weifeling overeenkomstig uwen wil en uwe Wet zijn. Zie noot f.

6) In mijne hoop niet teleurgesteld wórden.

6) Geeft hij aan zijnen levenswandel de ware richting naar Godswil. Hebr.: «Waardoor zal een jongeling zijnen weg rein houden»?

iv

22

Sluiten