Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Jerusalem, quse aedificatur ut civitas: cujus participatio ejus in idipsum.

4. IUuc enim ascenderunt tribus, tribus Domin|; testimonium Israël ad confitendum nomini Domini,

5. Quia illic sederunt sedes in judicio, sedes super domum David.

6. Rogate qua» ad pacem sunt Jerusalem: et abundantia diligentibus te:

7. Fiat pax in virtute tua: et abundantia in turribus tuis.

8. Propter fratres meos, et proximos meos, loquebar pacem de te:

9. Propter domum Domini Dei nostri, quaesivi bona tibi.

*) De zin is allerwaarschijnlijkst: gij zijt gebouwd, niet als een onaanzienlijk vlek, welks huizen onregelmatig verspreid liggen, maar als een regelmatige, sehoone stad, welker gebouwen en muren in gemeenschap vereenigd, d. i. aaneengebouwd, zijn.

') Driemaal 's jaars op te gaan naar Jerusalem; aldus werd bevolen Exod. XXIII 177 XXXIV 23 en Deut. XVL16.

") Daar is de zetelplaats der regeering ; daar staat de troon, bestemd voor het kuis van David, dat daar overeenkomstig Gods beloften voortdurend zal zetelen.

T) Naar de Septuagint staat hier Jerusalem in den accusatief; dan is de zin: bidt Jerusalem, dat het u verschaffe wat u tot vrede verstrekt;'of : vraagt Jerusalem, of het (naar zijnen naam «Salem», d. i. stad des vredes) vrede geniet. Naar den grondtekst is de zin: vraagt den vrede, d. i. alle heil, voor Jerusalem. Daaraan sluit zich dan terstond de wensch om Gods zegen voor al wie Jerusalem liefheeft en (v. 7) voor hare veste, d. i. hare muren, en hare torens, d. i. hare paleizen, m. a. w. voor alle inwoners der stad.

8) Ik bid God, dat Hij U, Jerusalem, vrede geve. omdat mijne broeders en naasten, d. i. alle ware Israëlieten, daar-

3. Jerusalem, dat gebouwd is als eene stad, waarvan de gemeenschap vereenigd is*).

4. Derwaarts immers gaan de stammen op, de stammen des Heeren — het is een voorschrift voor Israël6) — om den naam des Heeren te loven.

5. Want daar staan de zetels voor het gericht, de zetels voor het huis van David*).

6. Vraagt wat tot vrede verstrekt van Jerusalem, en overvloed zij aan die u beminnen1)!

7. Wrede zij in uwe veste en overvloed in uwe torens!

8. Om wille van mijne broeders en mijne naasten spreek ik vrede over u8).

9. Om het huis van den Heer, onzen God, vraag ik voor u heil.

door gebaat worden en (v. 9) omdat Gods tabernakel U tot zijne heilige stad en tot het middelpunt van het Godsrijk maakt.

Gelijk Jerusalem het profetisch beeld van de Kerk en den hemel was, zoo waren de terugkeerende ballingen het beeld dergenen, die de Kerk ingaan of die van de aarde, het oord der ballingschap, ten hemel opstijgen. De H.H. Hilarius, Augustinus, Hiëronymus en anderen leggen dan ook dezen Psalm in den geestelijken zin op de lippen der uitverkorenen: Heuglijk is het voor ons te hooren (vgl. Joan. XIV 2), dat wij het huis des hemels zullen binnengaan; onze eerste ouders woonden reeds (v. 2) in het paradijs, het voorhof van dat huis, waar allen met één en denzelfden God (v. 3) zullen vereenigd worden. Daar komen uit alle stammen der menschen heilige zielen (v. 4) om God te loven; zij zetelen daar (v. 6) met Christus om de wereld te oordeelen. Moge hun daar (v. 6—9) vrede en heil In overvloed ten deel vallen! Aldus o. a. ook Bellarminus; Dionysius Carthusianus legt daarenboven dezen Psalm in den mond dergenen, die het geluk hebben hier op aarde leden der Kerk te zijn.

Sluiten