Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

I

PSALMUS CXLL PSALM CXLL

Gebed in levensgevaar.

David roept in zijnen nood tot God (v. 2—3), die den radelooze en verlatene kan helpen (v. 4—5). Met vertrouwen verwacht hij hulp van God en belooft Hem zijnen dank (v. 6—8).

r. Intellectus David, i 1. Tot onderrichting. Van David,

Cum esset in spelunca, oratio, toen hij in de spelonk was. Een (1 Reg. XXIV). gebed1).

2. Voce mea ad Dominum clamavi: I 2. Met mijne stem roep ik tot voce mea ad Dominum deprecatus den Heer; met mijne stem richt sum: Supra LXXVI 2. ik ^ gesmeek tot den Heer.

3. Effundo in conspectu ejus ora- 3. . Lk stort voor zijn aanschijn tionem meam, et tribulationem mijne bede uit, en voor Hem bemeam ante ipsum pronuntio. tuig ik mijne kwelling.

4. Lu deficiendo ex me spiritum 4. Als mijn geest in mij bezwijkt, meum, et tu cognovisti semitas dan ook kent Gq mijne wegen*), meas.

Lu via hac, qua ambulabam, abs- | Op dezen weg, dien ik bewandel, conderunt laqueum mihi . i hebben zij heimelijk eenen strik

voor mij gespannen.

5. Considerabam ad dexteram, et 5. Lk schouw naar rechts en ik zie; videbam: et non erat qui cogno- J en niemand is er, die mij kent3), sceret me.

dezen Psalm in den geestelijken zin op als een gebed van den met Christus vereenigden geloovige, die naar volmaaktheid streeft; deze vraagt de genade om goed te bidden (v. 1—2), om zich te onthouden van zondige woorden (v. 3—4a) en van gemeenschap met boozen (v. 4o); hij verlangt door de vromen terechtgewezen en van de boozen en hunne vleierijen verlost te worden (v. 5). Dezen zullen ten gronde gaan (of, naar den II. Aug.: vergeleken met Christus zullen de wijzen dezer wei Jd voor niets geacht worden; v. 6a); intusschen zullen velen door de machtige woorden van Christus in hunne harten getroffen worden en zich bekeeren (v. 66). Gevaren en bekoringen dreigen thans den vrome jv. 7), maar in zijne hoop op God zal hij bevrijd worden van de lagen des duivels en de kwade voorbeelden der boozen (v. 8—9). Dezen zullen vallen in de netten des duivels; de vrome daarentegen, die zich van de booze

wereld verwijderd houdt, zal daaraan ontsnappen (v. 10).

') Zie Ps. XXXI noot 1. In de spelonk, nl. van Engaddi (vgl. I Reg. XXIV 1) of van Odollam (I fteg. XXII 1). De inhoud van dit gebed is van dien aard, dat het tevens tot onderrichting strekt voor wie in dergelijke gevallen verkeeren.

*) Als mijn geest zich uitput in het zoeken naar eenen uitweg en er geenen weet te vinden, dan kent Gij mijne wegen, d. i. het lot, dat mij treft of treffen kan of, naar het Hebr.: «mijnen

wee», d. i. eenen uitwee, voor mij en

weet mij dien te verschaffen. In zulken nood verkeer ik op dezen weg, d. i. in deze U bekende vervolging.

3) Naar rechts, d. i. naar eenen helper; voor het gericht stond de verdediger ter rechterhand van den beschuldigde. Die mij kent, d i. voor mij zorgt (vgl. Ps. XXXVII12.. Hebr.: «Schouw rechts (o God) en zie».

Sluiten