Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. Emitte manum tuam de alto, eripe me, et libera me de aquis multi s: de manu filiorum alienorum.

8. Quorum os locutum est vanitatem: et dextera eorum, dextera iniquitatis.

9. Deus canticum novum eantabo tibi: in psalterio, decaehordo psallam tibi. Supra XXXII 2.

10. Qui das salutem regibus: qui redemisti David servum tuum de gladio maligno:

11. Eripe me.

Et erue me de manu filiorum alienorum, quorum os locutum est vanitatem: et dextera eorum, dextera iniquitatis:

12. Quorum filii, sicut novelle) plantationes in juventute sua.

Filia? eorum composita?: circumornatae ut similitudo templi.

13. Promptuaria eorum plena, eructantia ex hoe in illud.

der da alt (zie Ps. XVII noot 11) om in zijne almacht te handelen; zelfs de onwrikbare bergen ontvlammen, als Hij ze met zijne bliksemende hand aanraakt. Hoeveel te meer zal zijn optreden ontzettend zijn (v. 6) voor zijne vijanden.

") De zonen van vreemden, d. i. de vijandige volkeren, die David beoorlogen, overstelpen hem met gevaren en rampen als met eenen vloed van wateren, in welke hij op het punt is te verdrinken. Vgl. Ps. LV noot 2.

9) Zij zijn trouweloos en heffen de rechterhand ten meineed op; of wel: zij breken metterdaad de gezworen trouw; dat maakt hen gevaarlijker voor David, maar ook strafwaardiger bij God.

10) Het nieuwe bewijs van Gods goedheid zal hem aanleiding geven tot een nieuw en plechtig gezang.

") Een dubbele reden tot bemoediging: als koning mag en moet hij heil verwachten, niet van zijne menschelijke hulpmiddelen, maar van God, door wien hij overigens reeds vroeger als herdersknaap verlost werd van Goliath's verderfelijk zwaard. Anderen zien

7. Reik uwe hand toe uit den hooge, réd mij, en bevrijd mij uit de vele wateren, uit de hand van de zonen der vreemden8),

8. wier mond onwaarheid spreekt en wier rechterhand een rechterhand van onrecht is9).

9. O God, een nieuw gezang zal ik U zingen; op het tiensnarig psalter zal ik U prijzen10),

10. Gij, die heil schenkt aan de koningen; die David, uwen dienaar, hebt verlost van een verderfelijk zwaard11).

11. Red mij

en ontruk mij aan de hand van de zonen der vreemden, wier mond onwaarheid spreekt, en wier rechterhand een rechterhand van onrecht is;

12. wier zonen zijn als jonge planten in hunne jeugd12);

wier dochters sierlijk zijn, omdost naar het evenbeeld van eenen tempel») ;

13. wier voorraadschuren vol zijn, van de eene overvloeiend in de andere14);

in dit laatste geen terugblik op het verleden, maar een betuiging van David's hoop op zqne toekomstige redding uit de gevaren des oorlogs.

") Naar de Vulgaat en de Septuagint wordt in v. 12—14 het geluk der vijanden beschreven; de zin is dan waarschijnlijk: uwe hulp, o God, is des, te dringender noodzakelijk, omdat zij overvloed hebben aan tijdelijken zegen, hetgeen anderen aanleiding geeft (v. 15) om uwe en mijne vijanden gelukkig te prijzen, terwijl toeh alleen uw volk gelukkig kan zijn. Naar den grondtekst integendeel roept David om hulp met het oog op het tijdelijk geluk van zijn

volk; de zin is dan: red mij

omdat (of opdat) onze zonen zqn als jonge planten enz. In hunne jeugd behoort bij zonen.

") Sierlijk, in prachtgewaden gehuld, gelijk de met prachtige tapijten omhulde tabernakel. Naar den grondtekst: «onze dochters (zijn rijzig) als pilaren, uitgehouwen naar de wijze (der kolommen) van een paleis».

14) De vermoedelijke zin is: de rijkdom vermeerdert zich dermate, dat de

Sluiten