Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9. Ne des alienis honorem tuum, et annos tuos crudeli.

10. Ne forte impleantur extranei viribus tuis, et labores tui sint in domo aliena,

11. Et gemas in novissimis, qnando consumpseris carnes tuas et corpus tuum, et dicas:

12. Cur detestatus sum disciplinam, et increpationibus non acquievit cor meum,

13. Nee audivi vocem docentium me, et magistris non inclinavi aurem meam?

14. Pene fui in omni malo, in medio ecclesiae et synagogse.

15. Bibe aquam de cisterna tua, et fluenta putei tui:

16. Deriventur fontes tui foras, et in plateis aqnas tuas divide.

8) De vreemden, de wreedaard zijn hier waarschijnlijk de jaloersche medeminnaars en de beleedigde echtgenoot: minnenijd en miskende liefde kweeken doodelijken haat. Anderen denken bij den wreedaard aan de wreede dienstbaarheid, de harde slavernij, waartoe de wellusteling door den duivel of zijnen hartstocht gedoemd is; vgl. Luc. XV 11 vv.

") Wat gij door uwen arbeid hebt verdiend, wordt wellicht in weelde en brasserijen door anderen verteerd in het huis der ontucht.

") Eigenlijk volgens Hebr. brullen als een leeuw; vgl. XXVIII 15. Bitter naberouw, als door wellust en wroeging de gezondheid geweken en geheel het lichaam uitgemergeld is.

") In alle, d. i. alle soort van, ellende en jammer, en dat ten aanschouwen van iedereen.

") Op bedekte, kiesche wijze wordt nu hier in beeldspraak het gebruik van het huwelijk aangeprezen. Wij vinden hier niet de hooge zedenwet van het Evangelie, die het celibaat ter wille van het rijk der hemelen verheft boven

9. opdat gij uwe eer niet prijs geeft aan vreemden en uwe jaren aan eenen wreedaard8),

10. opdat niet wellicht vreemden zich verzadigen aan uw vermogen, en uw arbeid gevonden worde in het huis van een ander9),

11. en opdat gij ten laatste niet moogt zuchten10), als uw vleesch en uw lichaam zijn uitgeteerd, en gij zeggen moet:

12. Waarom ben ik afkeerig geweest van tucht! waarom heeft mijn hart geen gehoor gegeven aan terechtwijzingen!

13. Waarom heb ik niet geluisterd naar de stem van die mij leerden, en het oor niet geleend aan hen, die mij onderrichtten!

14. Schier in alle ellende ben ik gekomen, in het midden der gemeente en der vergadering11).

15. Drink water12) uit uw eigen waterbekken en strobmend water uit uwe eigen bron13).

16. Dat uwe beken zich uitstorten naar buiten en uwe vlieten zich verdeelen over de straten14).

het huwelijk (vgL Matth. XIX 11, 12, 29, I Cor. VII 7 vv.); maar naar den aard van het O. T., dat onvruchtbaarheid als een vloek des hemels beschouwt, wordt het gebruik des huwelijks aangeprezen als een middel om in een talrijk kroost deelachtig te worden aan den zegen Gods, bovendien als een voorbehoedmiddel tegen de uitspattingen des vleesches; en in zooverre is deze leer geheel in overeenstemming met de zedenwet van het Christendom. VgL I Cor. VII 9.

**) De wettige huisvrouw wordt hier aangeduid onder het beeld van een waterbekken, waarin het water werd opgevangen en bewaard, en van eene verkwikkende bron. Waterbekken en bron zijn in het Oosten een _ groote schat; daar mag alleen de eigenaar lafenis en verkwikking zoeken.

**) Het doel des huwelijks worde hierbij niet verijdeld; de echt, door geene zonden ontheiligd, zij gezegend met een talrijk kroost: de beken en vlieten, aan de eigen bron ontsprongen, zijn de kinderen van het kuische huwelijksbed.

Sluiten