Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ultra spes: et exspectatio sollicitorum peribit.

8. Justus de angustia liberatus est: et tradetur impius pro eo.

9. Simulator ore decipit amicum suum: justi autem liberabuntur scientia.

10. In bonis justorum exsultabit civitas: et in perditione impiorum erit laudatio.

11. Benedictione justorum exaltabitur civitas: et ore impiorum subvertetur.

12. Qui despicit amicum suum, indigens corde est: vir autem prudens tacebit.

13. Qui ambulat fraudulenter, revelat arcana: qui autem fidelis est animi, celat amici commissum.

14. Ubi non est gubernator, populus corruet: salus autem, ubi multa consilia.

' vervliegt al zijne hoop, en de veri wachting der eerzuchtigen gaat te i niet*).

8. De rechtvaardige wordt uit den i nood gered, en de goddelooze wordt ! prijsgegeven in zijne plaats7), i 9. De huichelaar bedriegt met den j mond zijnen naaste; maar de rechtj vaardigen redden zich door keni nis*).

i 10. Bij de welvaart der rechtI vaardigen verheugt zich de stad, j en bij den ondergang der goddeI loozen is er gejuich9), j 11. Door de zegenbeden der rechtvaardigen komt eene stad tot bloei, i maar door den mond der godde| loozen gaat zij te gronde14).

12. Die zijnen naaste veracht, is i misdeeld van verstand; maar de

man van doorzicht bewaart het stilzwijgen11).

13. Die bedrieglijk wandelt^Lbrengt j verborgenheden aan hetlichtfmaar

die trouw van harte is, houdt verborgen wat een vriend hem heeft toevertrouwd18).

14. Waar geen bestuurder is, gaat een volk te gronde; doch heil is

I daar, waar veel overleg wordt gepleegd14).

•) De rechtvaardige kan gelaten den dood zien naderen en blijmoedig hem aanvaarden als den overgang tot een beter leven; voor den goddelooze vervliegt dan alle hoop op grootheid en geluk, voor den eerzuchtige (Hebr. de boozen) gaan dan te niet alle ijdele verwachtingen en blijde vooruitzichten.

*) Niet zelden vrijwaart God den reohtvaardige voor het leed, hem door den goddelooze bereid, en laat naar het recht der wedervergelding datzelfde leed neerkomen op den belager; vgl. Esth. VII 10; Dan. XIV 40 volg.

•) Waar de goddelooze met geveinsde vriendschap zijnen naaste in het verderf tracht te storten, weet de rechtvaardige, voorgelicht en geleid door de wijsheid, aan het gevaar té ontkomen.

•) Het den mensch ingeschapen gevoel voor recht wordt bevredigd, als de deugd beloond, de misdaad gestraft wordt. Wellicht wordt in het eerste

verslid ook aangeduid de vreugde, dat de openlijk beloonde deugd navolging zal vinden, in het tweede de blijdschap, dat de overmoed der goddeloozen niet meer gevreesd behoeft te worden.

10) De vromen smeeken door hunne beden en werken den zegen Gods, bloei en welvaart af over eene stad; de goddeloozen met hunne godlasterende taal, met hunne gesprekken, die de zeden bederven, twist en tweedracht stoken, richten haar te gronde.

") Die om een of ander gebrek in den naaste minachtend over hem spreekt, geeft blijk van groote kortzichtigheid. Een man van doorzicht weet, dat ieder mensch zijne gebreken heeft; daarom weet hij het stilzwijgen te bewaren.

") Naar het Hebr. Iemand, die met nieuwtjes en lasterpraatjes rondloopt.

") Alleen aan eenen wijzen en trouwhartigen vriend kan men zijn volle vertrouwen schenken.

") Een volk zonder leiding is als

Sluiten