Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18. Est qui promittitj et quasi 18. Daar zijn er, die beloften doen gladio pungitur consciënties: lingua en door hun geweten als met eenen autem sapientium sanitas est. dolk doorstoken worden; maar de

tong der wijzen is artsenij18).

19. Labium veritatis firmum erit 19. De lip der waarheid blijft imin perpetuum: qui autem testis est mer stand houden; maar die overrepentinus, coneinnat lingnam men- ijld als getuige optreedt, maakt zijne ^agjj tong gereed om te liegen19).

30. Dolus in corde cogitantium 20. Bedrog ia in het hart van hen,

mala: qui autem pacis ineunt con- die zinnen op kwaad; maar vreugde

silia, sequitur eos gaudium. hen. die plannen des vredes

' y* beramen20).

21. Non contristabit justum quid- 21. Niets deert den rechtvaardige, quid ei acciderit: impii autem re- wat hem ook moge overkomen81); plebuntur malo. ***** de goddeloozen worden overe laden met ellende.

22. Abominatio est Domino labia 22. Een gruwel voor den Heer mendacia: qui autem fideliter agunt, zijn leugenachtige lippen; maar die placent ei. trouwhartig handelen, zijn Hem * ' welgevallig82).

23. Homoversutuscelatscientiam: 22. Een verstandig mensch houdt et cor insipientium provocat stul- zijne kennis verborgen; maar het titiam kart der onwijzen schreeuwt hunne

dwaasheid uit88).

24. Manus fortium dominabitur: 24. De hand der kloeken komt quae autem remissa est, tributis tot heerschappij24); maar eene, die serviet. ontzenuwd is, zal cijnsphchtig worden.

25. Moeror in corde viri humilia- 25. Kommer in het hart drukt bit illum, et sermone bono laBtifi- eenen mensch ter neder, maar door cabitur goede woorden wordt hij opgebeurd25).

") Onbezonnen beloften, zij mogen zijn, kwelt hen toch onrust en gewe-

worden uitgevoerd of niet, kwellen het tenswroeging; maar ware vreugde volgt

geweten; beter naar het Hebr. alge- enz.; vgl. «fob. XV 35; Matth. V 8.

meen: die onbezonnen taal spreekt, Anderen: Kwaadstokers bereiden bn

kwetst zoo licht den naaste, terwijl de alle geveinsde vriendschap onheil aan

wijze door zijne woorden aan een ieder anderen, vredestichters brengen hun

troost en hulp schenkt. vreugde.

") De lip der waarheid, d. i. de ") Ook zelfs de rampen kunnen de mond, die waarheid spreekt, blijft zich rechtvaardigen in waarheid niet deren; zeiven altijd gelijk; maar die zich onbe- want zij «weten, dat hun, die God liefzonnen en vermetel als getuige opwerpt, hebben, alles ten goede medewerkt», zal, om niet van valschheid verdacht Rom. VIII 28. te worden, steeds tot nieuwe vermetele ") Vgl. XI 20. beweringen zijne toevlucht nemen en ") Voorzichtig en bescheiden weet daardoor zich blootstellen aan leugen- een verstandig mensch zijnen tijd te taal. Het 2° verslid duidelijker in het kiezen om te zwijgen en te spreken, Hebr.: maar de leugentong duurt slechts terwijl de dwaas met zijn eigen onvereen oogwenk: de waarheid zal zegepra- stand te koop loopt len over de logen. **) d. i. Brengt den mensch tot een

*°) Bedrog is in het hart van hen, vrij, onafhankelijk bestaan, terwnl lui-

die zinnen op kwaad; want hoezeer zij heid hem dienstbaar maakt,

ook veinzen gelukkig en tevreden te **) De weldadige werking van een

Sluiten