Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Est via, qua) videtur homini justa: novissima autem ejus deducunt ad mortem.

13. Risus dolore miscebitur, et extrema gaudii luctus occupat.

14. Viis suis replebitur stultus. et super eum erit vir bonus.

15. Innocens credit omni verba: astutus considerat gressus suos.

Filio doloso nihil erit boni: servo autem sapienti prosperi erunt actus, et dirigetur via ejus.

16. Sapiens timet, et declinat a malo: stultus transilit, et confidit.

17. Impatiens operabitur stultitiam: et vir versutus odiosus est.

18. Possidebunt parvuli stulti ti a m, et exspectabunt astuti scientiam.

19. Jacebunt mali ante bonos: et impii ante portas justorum.

") Vgl. XII 15; XVI 25.

") Door Gods wijze bestiering wisselen dikwerf vreugde en droefheid elkander af in het menschelijk leven, opdat de mensch het vergankelijke van alle aardsche vreugde beseffe, den waren vrede behoude ook te midden der beproeving en blijve verlangen naar de eeuwige vreugde des hemels.

") Een ieder verkrijgt loon naar werken. Mef den brave zal het derhalve beter gesteld zijn dan met den goddelooze, omdat, gelijk het Hebr. anders zegt «de deugdzame uit hetgeen bij hem is», d. i. uit zijne daden, zal verzadigd worden.

15) Kortzichtige menschen wandelen zonder behoedzaamheid en overleg, en worden dikwerf misleid; ongeloovigen zijn dikwerf zeer lichtgeloovig en bijgeloovig; vgl. Joan. V 43.

16) Dit vers ontbreekt in het Hebr. en staat in de LXX bij XIII 13. Tegenover het ijdel pogen van eenen arglistigen, dwazen zoon wordt gesteld

12. Daar is een weg, die iemand recht toeschijnt; maar het einde daarvan leidt tot den dood12).

19. Het lachen is met leed vermengd, en de wegstervende vreugde maakt plaats voor rouw13).

14. Van zijne wegen zal de dwaze verzadigd worden, maar boven hem zal staan een deugdzaam man11).

15. De kortzichtige slaat geloof aan ieder gezegde; de schrandere let op zijne schreden15).

Aan eenen arglistigen zoon zal niets goeds gelukken; maar een verstandige dienstknecht zal slagen in zijne handelingen en de weg zal hem gebaand worden16).

16. De wijze is in vreeze en vliedt het kwaad; de dwaze springt uit den band en acht zich veilig17).

17. Die lichtgeraakt is, begaat dwaasheden; maar die met streken omgaat, maakt zich gehaat18).

18. Onverstandigen krijgen dwaasheid ten deel, maar verstandigen mogen wijsheid verwachten19).

19. De boozen moeten zich ne derbuigen voor de deugdzamen, en de goddeloozen aan de poorten der rechtvaardigen80).

het welslagen van eenen verstandigen dienstknecht.

i;) De deugdzame mistrouwt zichzelven en, in de heilige en heilzame vreeze Gods alle kwaad vliedend, heeft hij niets te duchten; de zondaar kent geen vreeze Gods; ook te midden zijner uitspattingen acht hij zich in zijnen overmoed beveiligd tegen Gods strafgericht.

18) Een opvliegend mensch maakt zich belachelijk door zijne dwaasheden, maar die zijnen toorn verbergt, om in het geniep zich te kunnen wreken, maakt zich terecht gehaat.

Onverstandigen, de kleinen, die afkeerig zijn van de wijsheid, hebben in dit en m het ander leven slechts te verwachten dwaasheid, zonde en schande; maar de verstandigen vlechten zich door de beoefening der deugd eene kroon der wijsheid (Hebr.) voor de eeuwigheid.

!0) Eens zal de deugd overwinnen, de waarheid zegepralen; vgl. Luc. XVI 20 volg.

v

Sluiten