Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Melius est parum cum timore Domini, quam thesauri magni et insatiabiles.

17. Melius est vocari ad olera cum caritate: quam ad vitulum saginatum cum odio.

18. Vir iracundus provocat rixas: qui patiens est, mitigat suscitatas.

19. Iter pigrorum quasi sepes spinarum: via justorum absque offendiculo.

20. Filius sapiens laetificat patrem: et stultus homo despicit matrem suam.

21. Stultitia gaudium stulto: et vir prudens dirigit gressus suos.

22. Dissipantur cogitationes ubi non est consilium: ubi vero sunt plures consiliarii, confirmantur.

23. Leetatur homo in sententia oris sui: et sermo opportunus est optimus.

24. Semita vit» super eruditum, ut declinet de inferno novissimo.

16. Beter weinig goederen met vreeze des Heeren, dan groote schatten, die geene rust brengen18).

17. Beter is het uitgenoodigd te worden op moeskruiden en liefde daarbij, dan op een gemest kalf en haat daarbij17).

18. Een opvliegend mensch verwekt krakeel; die lankmoedig is, maakt een einde aan de twisten18).

19. Het pad der luiaards is als eene doornen heg; de weg der

j rechtvaardigen is geëffend19)*

20. Een wijze zoon verblijdt zijnen vader, maar een dwaas mensch veracht20) zijne moeder.

21. Dwaasheid is een vermaak voor den dwaze, maar de man van verstand betreedt het rechte pad21).

22. Verijdeld worden plannen, waarbij geen raadslag is gehouden; maar waar vele raadslieden zijn, krijgen zij hun beslag22).

23. Vreugde heeft de mensch over het treffend bescheid van zijnen mond; en woorden, te juister tijd gesproken,—zij zijn voortreffelijk88).

24. Het pad des levens gaat opwaarts voor den wijze, opdat hij zich

I afwende van de hel in de diepte24).

rustig gemoed, in een rein geweten den waren vrede des harten smaakt. Anderen nemen pauper in tegenstelling met secura mens in geestelijken zin: iemand, die arm is aan wijsheid en deugd, kan ondanks allen overvloed niet gelukkig zijn.

16) Insatiabiles Hebr. en onrust daarbij. Vrede des harten, uit de heilige vreeze Gods geboren, is de grootste schat; groote aardsche schatten, door onrecht verkregen of tot hebzucht prikkelend, brengen geen geluk, maar onrust of wroeging aan.

,T) Niet de gave zelve, maar de gezindheid des harten teekent de ware naastenliefde. Vgl. XVII 1.

-•) Vgl. XXVI 21; XXIX 22.

") De luiaard ziet door eigen schuld overal werkelijke of denkbeeldige moeilijkheden, terwijl de ledigheid zelve de gevaren op den weg des heils vermeerdert en vergroot. De rechtvaardige daarentegen slaat blijmoedig de handen

aan het werk en overwint met Gods hulp gemakkelijk alle moeilijkheden.

*°) Veracht, d. i. brengt haar in verachting, doet haar alle leed en schande aan; vgl. XI.

") Vgl. X 23. Het leven beantwoordt aan de gezindheid des harten. Dartel en lichtzinnig begaat de dwaze dwaasheden, zonden, terwijl de man van verstand met vreugde den rechten weg bewandelt.

") Overijlde plannen houden geene rekening met moeilijkheden en vallen daarom in duigen, reeds bij een begin van uitvoering. Maar de waarde en de deugdelijkheid van weldoordachte plannen blijken bij de uitvoering; daardoor krijgen die plannen telkens meer vastheid en komen zij, ondanks moeilijkheden, tot stand.

") Vgl. XXV 11.

*4) Het is goed en heilzaam voor den wijze den steilen, lastigen weg, die opwaarts ten leven leidt, te bewande-

Sluiten