Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bia: et ante ruinara exaltatur spiritus.

19. Melius est humiliari eum mitibus, quam dividere spolia cum superbis.

20. Eruditus in verbo reperiet bona: et qui sperat in Domino, beatus est.

21. Qui sapiens ést corde, appellabitur prudens: et qui dulcis eloquio, majora percipiet.

22. Fons vitae eruditio possidentis: doe trina stultorum, fatuitas.

23. Cor sapientis erudiet os ejus: et labiis ejus addet gratiam.

24. Favus meilis, composita verba: dulcedo anima), sanitas ossium. Supra XV 18; Infra XVII 22.

25. Est via, qua) videtur homini recta: et novissima ejus ducunt ad I mortem.

26. Anima laborantis laborat sibi, quia compülit eum os suum:

trotschheid; en vóór den val komt de hoovaardij des geestes18).

19. Beter is het nederig te zijn met zachtmoedigen dan buit te deelen met trotschaards18).

20. Die onderwezen is in het woord, zal heil vinden; en die op den Heer vertrouwt, hij is gelukkig80).

21. Die wijs van harte is, zal verstandig genoemd worden; en die wel ter tale is, zal grootere dingen erlangen81).

22. Eene bron van leven is wetenschap voor die haar bezitten; de onderrichting der dwazen is de dwaasheid8*).

23. Het hart van den wijze maakt zijnen mond bedachtzaam en siert zijne lippen met lieftalligheid*8).

24. Uitgelezen24) woorden zijn honigzeem, zoetigheid voor de ziel, artsenij voor het gebeente.

25. Daar is een weg, die iemand recht toeschijnt; maar het einde daarvan leidt tot den dood*8).

26. Het leven**) van den arbeider arbeidt voor zichzelvën; want zijn mond prest hem daartoe.

,8) Vgl. XI 2; XVIII 12. Gelijk de I beoefening der nederigheid de voorbode j

is van eer en glorie (vgl. XV 33), zoo komt ook hoogmoed voor den val. Vel. Jac. IV 6.

") Want men zal gelijk worden aan i hen, met wie men verkeert, en in hun lot deelen. Trotschaards missen den vrede des harten, waardoor de zachtmoedigen en ootmoedige» gelukkig zijn. Vgl. Ps. LXXXHI 11?

) Die onderwezen is, Hebr. die acht geeft op het woord, d. i. die de geopenbaarde waarheid en het gebod Gods voor oogen houdt, naarstig in beoefening brengt en daardoor komt tot een onwrikbaar vertrouwen op God, tal heil en geluk vinden. Anderen vertalen verbum met zaak en verklaren: die eene zaak zoo ijverig ter hand neemt, alsof het welslagen afhangt van zijne pogingen, maar tevens zoozeer Op God vertrouwt, dat hij van God alle hulp verwacht, zal gezegend en gelukkig zijn. • **) Alle ware wijsheid zal eere, er- | kenning vinden; maar toch zal hij, die !

daarbij de gave bezit de wijsheid met vaardigheid en kennis aan anderen mede te deelen, hoogere eer en grootér loon ontvangen. Hebr.: zoetheid der lippen verrijkt het onderricht, geeft daaraan meer kracht en klem.

*_*) Wetenschap, de beoefening der wijsheid, is voor den wijze eene bron van leven, van licht en geluk, terwijl de dwaasheid de onderrichting (Hebr. de tuchtiging) is der dwazen, d. i. hare straf medebrengt, en daardoor wellicht nog eene harde leerschool ter wijsheid kan zijn.

") De woorden van den wijze komen uit het hart en gaan tot het hart; met bedachtzaamheid, te juister tijd en met overtuiging uitgesproken, worden zij gretig opgenomen.

M) Uitgelezen, Hebr. liefderijke; zij hebben eenen weldadigen invloed op ziel en lichaam.

") Vgl. XIV 12.

**) Het leven, d. i. de natuurlijke aandrift tot levensbehoud, de honger is een machtige prikkel om te arbeiden;

Sluiten