Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPÜT XVII.

HOOFDSTUK XVII.

Losse spreuken: Vrede en twist (v. 1, 9,11, 14, 19). Wijsheid en dwaasheid (v. 2, 10, 12, 16, 21, 24, 25). God beproeft de harten (v. 8). Leugen en valschheid (v. 4, 7,20). Spotternij met ongelukkigen (v. 5). Der ouderen zegen, der kinderen eer (v. 6). Geschenken en onrecht in rechtspraak (v. 8, 15, 23, 26). Ondankbaarheid (v. 13). Ware vriendschap en dwaze borgtocht (v. 17 en 18). Blijdschap en neerslachtigheid (v. 22). Eene wacht voor de lippen (v. 27 en 28).

1. Melior est buccella sicca cum gaudio, quam domus plena victimis cum jurgio.

2. Servus sapiens dóminabitur filiis stultis, et in ter fratres hereditatem dividet. Eccli X 28.

3. Sicut igne probatur argentum, et aurum camino: ita corda probat Dominus.

4. Malus obedit lingua? iniquse: et fallax obtemperat labiis mendacibus.

5. Qui despicit pauperem, exprobrat factori ejus: et qui ruina laetatur alterius, non erit impunitus. Supra XIV 31.

6. Corona senum filii filiorum:

1. Liever eene bete droog brood met blijdschap1), dan een huis vol offervleesch met twist.

2. Een verstandige dienstknecht zal heer worden over dwaze zónen, en onder de broeders zal hij de erfenis ver deelen3).

3. Gelijk het zilver beproefd wordt door het vuur en het goud door den oven, zoo beproeft de Heer de harten3).

4. Een slecht mensch leent bet oor aan eene booze tong; en een bedrieger geeft gehoor aan leugenachtige lippen*).

5. Die den arme veracht, hoont diens Maker; en die zich verheugt over een andermans ongeluk, blijft niet ongestraft5).

6. De kroon der grijsaards zijn

') Met blijdschap, Hebr. en rust I daarbij. Rust, vrede en blijdschap maken ook eenen soberen maaltijd smakelijk; vgl. XV 17. Offervleesch, vgl. VII 14.

2) Een dienstknecht, die trouw en nauwgezet zijne plichten vervult, zal achting en aanzien verwerven en niet zelden zich opwerken boven de kinderen des huizes, die door hun wangedrag tot schande verstrekken (Hebr.). Zulk een dienaar zal dan belast worden met de verdeeling der erfenis,* of zelf begiftigd worden met een deel der goederen. De H. Schrift toont in enkele voorbeelden aan, hoe getrouwe dienaren beloond werden. Vgl. Gen. XV 2; XXIV 2; XXXIX; II Reg. IX en XVI 4.

*) God alleen kan ten volle het menschelijk hart beproeven en kennen; vgl. XIV 10; XVI 2; XX 24. Maar de Vul¬

gaat duidt door de vergelijking iets meer aan. Gelijk de menschen in het vuur en in den oven de edele metalen louteren, zou beproeft God de harten in den smeltkroes des lijdens. VgL Sap. III 6; Eccli. II 5; Mal. II 2, 3; I Petr. I 7.

4) Dit doen zij om gelijkheid in denken en streven. Naar het Hebr. kan deze spreuk omgezet worden in dezen zin: Die gaarne luistert naar booze, leugenachtige gesprekken, toont daardoor een slecht mensch, een bedrieger te zijn.

s) Vgl. XIV 31. Den arme om zijne armoede verachten, of zich verheugen over een anders ongeluk is ook strijdig met den eerbied, verschuldigd aan God, die armen en rijken heeft gemaakt, en in zijne wijze voorzienigheid een ongeluk over den mensch laat komen.

Sluiten