Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28. Testis iniquus deridet judicium: et os impiorum devorat iniquitatem.

29. Parata sunt derisoribus judicia: et mallei percutientes stultorum corporibus.

28. Een valsch getuige spot met het recht; en de mond der goddeloozen zwelgt ongerechtigheid in28).

29. Strafgerichten zijn bereid voor de spotters en hamerslagen vopr het lijf der dwazen28).

CAPUT XX. HOOFDSTUK XX.

Loste Spreuken: Dronkenschap (v. 1). De koning in zijnen toorn; zijne majesteit en goedheid (v. 2, 8, 26, 28). Nut en eer der wijsheid (v. 8, 6,15, 18). Luiheid (v. 4, 18). Ware naastenliefde (v. 6). Loon der gerechtig-' heid (v. 7). Zonde in den mensch (v. 9). Oneerlijkheid (v. 10, 17, 28). Neigingen van het kind (v. 11). Gods alwetendheid en opperbestuur (v. 12, 24). Handel (v. 14). Borgtocht (v. 16). Gevaarlijke omgang (v. 19). Ontaarde kinderen (v. 20, 21). Geen kwaad met kwaad vergelden (v. 22). Lichtvaardige geloften (v. 25). 's Menschen geest eene lamp Gods (v. 27). Sieraad van jeugd en ouderdom (v. 29). Nut van gevoelige tuchtiging (v. 80).

1. Luxuriosa res, vinum, et tumultuosa ebrietas: quicumque his deleotatur, non erit sapiens.

2. Sicut rugitus leonis, ita et terror regis: qui proYocat eum, peccat in animam suam.

3. Honor est homini, qui separat se a contentionibus: omnes autem stulti miscentur contumeliis.

4. Propter frigus piger ar are no-

1. Eene wulpsche zaak is de wijn, en eene luidruchtige de dronkenschap; al wie zich daarin vermeit, kan niet wijs worden1).

2. Als het brullen van eenen leeuw, zoo is des konings toorn; die hem tart, zondigt tegen zijne, ziel2).

3. Het strekt den man tot eer zich verwijderd te houden van twisten; maar allen, die dwaas zijn, wikkelen zich in smaadheden8).

4. Ter oorzake van de koude heeft

^ J^golsch setuige lacht om recht en gerechtigheid: hij bekommert zich niet om het onrechtvaardig vonnis, dat wegens zijn getuigenis wordt geveld; integendeel: ongerechtigheid wordt voor hem als een geliefkoosd voedsel. Vel X 23; Job XV 16.

w) Menschelijk en goddelijk recht zal eindelijk wraak oefenen over de halsstarrige boosheid van spotters en goddeloozen.

■ ) Wnn en sterke dranken prikkelen de dierlijke en woeste lusten in den mensch, en maken hem afkeerig van het hoogere en bovenzinnelijke. Vgl. Eph. V 18. Hebr. Een spotter is de

wijn, een luidruchtige de geestrijke drank; en een ieder, die zich daarin verloopt, enz. Misbruik van sterken drank doet spotten met God en het heilige, maakt overmoedig en onontvankelijk voor de wijsheid.

*) Zondigt tegen zijne ziel, d. i. brengt zijn leven in gevaar, vooral bij eenen Oosterschen alleenheerscher. Vel. XVI 14; XIX 12.

'*) Maar allen enz. Hebr.: maar elke dwaas twist, of laat de tanden zien. Die zich vrijwaart voor twisten, is waarlijk wijs, en eer zal hem ten deel vallen; maar de dwazen mengen zich in allerlei twisten; en worden daardoor ook gewikkeld in alle smaadheden. Vel. XVII 11, 14; XVIII 6.

Sluiten