Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

luit: mendicabit ergo sestate et non dabitur illi.

5. Sicut aqua profunda, sic consilium in corde viri: sed homo sapiens exhauriet illud.

6. Multi homines misericordes vocantur: virum autem fidelem quis inveniet ?

7. Justus, qui ambulat in simplicitate sua, beatos post se filios derelinquet.

8. Rex, qui sedet in solio judicii, dissipat omne malum intuitu suo.

9. Quis potest dicere: Mundum est cor meum, purus sum a peccato? III Reg. VIII 46; II Par. VI 36; Eeclet. VII 21; I Joann. I 8.

10. Pondus et pondus, mensura et mensura: utrumque abominabile est apud Deum. Supra XI1; Infra 23.

11. Ex studiis suis intelligitur puer, si munda et recta sint opera ejus.

de luiaard niet •willen ploegen; bedelen zal hij derhalve in den zomer, en hem zal niet gegeven worden*).

5. Gelijk water in de diepte, zoo is het ontwerp in het hart van den man; maar een verstandig mensch weet het er uit op te diepen5).

6. Vele menschen hebben den naam van barmhartig te zijn; maar een trouwhartig man, — wie kan dien vinden6)?

7. De rechtvaardige, die wandelt in zijne onschuld, zal gelukkige kinderen achterlaten7).

8. Een koning, die gezeten is op den rechterstoel, doet al het kwaad uiteenstuiven door zijn aanblik8).

9. Wie kan zeggen: Zuiver is mijn hart, rein ben ik van zonde9) ?

10. Tweeërlei gewicht, tweeërlei maat, beiden zijn een gruwel voor God16).

11. Uit de neigingen van het kind kan men opmaken, of zijne werken rein en rechtschapen zullen zijn11).

*) Frigus is niet zoozeer de koude, als wel de regenachtige najaarstijd, waarin geploegd en gezaaid moet worden. Zoo iemand niet wil werken, dat hij ook niet ete. II Thess. III 10.

°) Het is niet gemakkelijk water te putten uit eene in de diepte verborgen bronwel; zoo liggen ook de geheime ontwerpen in het hart van den man; maar een wijs, scherpzinnig mensch weet dikwerf ook die geheimen te leeren kennen.

") Hebr. « Velen roemen, ieder voor zich, hunne barmhartigheid». Bij velen bestaan medelijden en hulpvaardigheid meer in woorden dan in daden. Vgl. I Joan. III 18.

7) Een talrijk nakroost was in het O. Verbond eene belooning voor de deugd; hoeveel te meer als die kinderen gelukkig mogen zijn; vgl. XIII 22; XIV 26; Ps. CXI 2.

") Als een koning, in het Oosten tevens opperste rechter, gezeten is op den rechterstoel, slechts toont het recht te willen handhaven, zal hij niet vele

vonnissen behoeven te vellen; het toezicht, door hem uitgeoefend, het ontzag voor zijne rechtspraak zal veel kwaad voorkomen.

») Het getuigenis, door Salomon afgelegd bij de inwijding van den tempel (vgl. III Reg. VIII 46), moet ieder kind van Adam, in zonde geboren, naar waarheid herhalen. Vgl. I Joan. I 8.

») Vgl. v. 23; XI 1. — De H. Gregorius de Groote past dit vers ook toe op de verschillende wijze, Waarop de mensch dikwerf zichzelven en anderen beoordeelt: afkeuren en bestraffen in anderen wat men verontschuldigt m zichzelven. Vgl. XVII 15.

") Kinderen plegen niet te veinzen; uit hunnen omgang, hunne spelen enz. kan men gemakkelijk opmaken, welke goede of kwade neigingen er sluimeren in het hart. Het te de plicht van ouders en overheden het goede vroegtijdig aan te kweeken, het kwade te onderdrukken en het karakter te vormen voor de toekomst. Vgl. XXII 6.

Sluiten