Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

12. Aurem audientem, et oculum videntem, Dominus fecit utrumque.

13. Noli diligere somnum, ne te egestas opprimat: aperi oculos tuos, et saturare panibus.

14. Malum est, malum est, dicit omnis emptor: et cum recessit, tune gloriabitur.

15. Est aurum, et multitudo gemmarum: et vas pretiosum labia scientia?. *

16. Tolle vestimentum ejus, qui fidejussor exstitit alieni, et pro extraneis aufer pignus ab eo. Infra XXVII13.

17. Sua vis est homini panis mendacii: et postea implebitur os ejus caleulo.

18. Cogitationes consiliis roborantur: et gubernaculis tractanda sunt bella.

19. Ei, qui revelat mysteria, et ambulat fraudulenter, et dilatat labia sua, ne commiscearis.

20. Qui maledicit patri suo, et

") Herinnering aan Gods alwetendheid; vgl. Ps. XCIII 9.

") Eene waarschuwing tegen luiheid, eene vermaning tot arbeidzaamheid. Aperi, saturare: bij dergelijken dubbelen imperatief duidt de eerste de voorwaarde, de tweede het gevolg aan.

") Eene waarschuwing tot omzichtigheid in den handel. Zoolang de koop niet gesloten is, spreekt de kooper slechts over de gebreken der aangeboden koopwaar; des te meer zal hij later hare waarde roemen.

J5) Is reeds het bezit der wijsheid een schat, kostbaarder dan al het aardsche (vgl. III 14, 15; VIII 11), hoeveel te meer, als men van die wijsheid en wetenschap op gepaste wijze aan anderen weet mede te deelen. Val. XVI 21.

") Eene zijdelingsche waarschuwing tegen het lichtvaardig borgen (vgl. VI1 volg.). Wat tegenover eenen armen schuldenaar niet geoorloofd was (vgl. Exod.

12. Het oor, dat hoort, en het oog, dat ziet: de Heer heeft ze beiden gemaakt1*).

13. Heb toch den slaap niet lief, opdat armoede u niet overvalle; houd uwe oogen open, en gij zult n verzadigen met brood1*).

14. Het deugt niet, het deugt niet, zegt elkeen, die koopt; maar als hij heengegaan is, dan gaat hij er groot op14).

15. Er is goud en een schat van edelgesteenten; maar een kostbaar kleinood zijn lippen der wetenschap15).

16. Neem het kleed van hem, die borg is gebleven voor eenen ander, en ten overstaan van vreemden leg beslag op zijn onderpand16).

17. Zoet is wel voor den mensch het brood der logen; maar later heeft hij den mond vol steengruis17).

18. Plannen krijgen vastheid door beraad; en oorlogen moeten met beleid gevoerd worden18).

19. Vermijd den omgang met hem, die geheimen openbaart en bedrieglijk wandelt en zijne lippen wijd openzet19).

20. Die zijnen vader en zijne moe-

XXII 26; Deut XXIV 10 volg.), wordt hier aanbevolen tegenover iemand, die door eigen lichtzinnigheid borg is gebleven voor vreemden. Neem zelfs zijn kleed of welk onderpand ook, om betaling te verkrijgen.

1T) Wat door logen of bedrog verkregen wordt, is gelijk aan eene spijs, die als de verboden vrucht aanvankelijk zoet moge zijn, maar toch eenen hoogst onaangenamen nasmaak achterlaat.

") Elke onderneming moet rijpelijk overwogen en met beleid uitgevoerd worden.

") Hebr.: «Die met nieuwtjes of lasterpraatjes rondgaat, openbaart wat geheim is; houd u derhalve niet op met iemand, die zijne lippen wijd openzet». Omgang met praatzieke, lichtzinnige menschen is gevaarlijk; wat hun is toevertrouwd, kunnen zij niet zwijgen.

Sluiten