Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Exaltatio oculorum est dilatatio cordis: lucerna impiorum peccatum.

5. Cogitationes robusti semper in abundantia: omnis autem piger semper in egestate est.

6. Qui congregat thesauros lingua mendacii, vanus et excors est, et impingetur ad laqueos mortis.

7. Rapinae impiorum detrahent eos, quia noluerunt facere judicium.

8. Perversa via viri, aliena est: qui autem mundus est, rectum opus ejus.

9. Melius est sedere in angulo domatis, quam cum muliere litigiosa, et in domo communi. Infra XXV 2,4.

10. Anima impii desiderat malum, non miserebitur proximo suo.

kan den Heer niet behagen (vgl. XV 8); de ware, oprechte hulde aan God moet zich ook uiten in het beoefenen van recht en liefde jegens den naar Gods beeld geschapen evenmensen. Vgl. Os. VI 6; Matth. IX 13.

«) Hebr. Hoogheid der oogen en opgeblazenheid des harten — de lamp der goddeloozen — is zonde. De schijn van geluk, waarin de goddeloozen zich verheugen, namelijk hun trots, waarmede zij op anderen neerzien, en hun ijdel zelfbehagen, is niet iets groots of edels, maar zonde, IJdelheid, ellende en verderf. .

*) Elke luiaard, Hebr. al wie zich overhaast. Terwijl degene, die overleg aan kloeke arbeidzaamheid paart, altijd vooruitgaat in welvaart, heeft ieder, die lui en onverschillig, of met koortsachtige gejaagdheid in alles handelt, slechts armoede te wachten. Vgl. XIII 11; XIV 23.

") Onrechtvaardig verkregen schatten maken den mensch ongelukkig; vgl. X 2. Hebr.: Het veriaerven van schatten door eene tong des bedrogs, een vervliegende damp van hen, die den dood zoeken. Dergelijke schatten zijn even bedrieglijk als een vluchtige nevel, die den reiziger in de woestijn

4. Hoogheid der oogen is opgeblazenheid des harten; de lamp der goddeloozen is zonde4).

5. Het overleg van den kloeke voert altijd tot welvaart; maar elke luiaard verkeert steeds in nooddruft5).

6. Die schatten verzamelt met eene tong des bedrogs, is dwaas en uitzinnig, en hij zal vallen in de strikken van den.dood6).

7. De roovergen der goddeloozen sléepen hen zeiven mede, omdat zij weigerden recht te doen7).

8. De verkeerde weg voor eenen man is de weg, die afwijkt8); maar de mensch, die rein is, diens werk is oprecht.

9. Beter is bet te wonen op eenen hoek van het dak, dan met een twistziek wijf en in hetzelfde huis*).

10. De ziel van den goddelooze haakt naar kwaad; hij ontfermt zich niet over zijnen naaste10).

eene waterbron voorspiegelt, maar, telkens optrekkend en terugwijkend, hem onvermijdelijk den dood te gemoet

V°'^r De roovcryen, Hebr. het geweld. Steunend op het recht staat de mensch veilig; de goddeloozen weigerden zich te houden aan het recht, nu worden zij door hunne eigen geweldenarijen en rechtsverkrachting, verder voortgesleept in het verderf.

") De verkeerde weg enz. Beter in overeenstemming met het 2e verslid volgens het Hebr.: Kronkelig is de weg van den man, met schuld beladen, maar enz. De booswicht tracht zijne ongerechtigheid te verbergen, en moet daarom telkens andere wegen inslaan; de reine, de onschuldige kan altijd rechtuit gaan, zijn handel en wandel zijn oprecht.

*) In het Oosten woont men ook op het platte dak, met eene borstwering omgeven; al kan men daar ook blootgesteld zijn aan regen en wind, toch is het rustige, vrije leven op een hoekje van zulk een dak nog te verkiezen boven het dagelijksch huiselijk verkeer met een twistziek wijf. Vgl XIX 13. _ .

lt) Die zich vervreemdt van t*oa en

Sluiten