Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

29. Vidisti virum velocem in opere suo? coram regibus Btabit, nee erit ante ignobiles.

i 29. Zaagt gij eenen man, naarstig I in zijnen arbeid? Voor het aanschijn van koningen moet hij staan, niet bij menschen zonder aanzien I is zijne plaats"),

CAPUT XXIII.

HOOFDSTUK XXIII.

Voorschriften betreffende het aanzitten aan de laf els van van afgunstige mensehen (v. 6-8). Zucht naar rijkdom (v. 4 ,5) De lessen der wijsheid niet blootsteller, aan de minachting der dwazen (v. 9) Verdrukking van zwakken (v. 10, 11). Streven naar wijsheid (v. 12,15, 16). Tuchtiging der kinderen (v. 13, 14). Wandelen in de vreeze des Heeren (v. 17—19). Overdaad leidt tot armoede (v. 20, 21). Gehoorzaamheid aan zijne ouders (v. 22-25). Godvreezendhetd moet behoeden voor ontucht en dronkenschap (v. JO—Sö).

1. Quando sederis ut comedas cum principe, diligenter attende qu» apposita sunt ante faoiem tuam:

2. Et statue cultrum in gutture tuo, si tarnen habes in potestate animam tuam,

3. "Ne desideres de eibis ejus, in quo est panis mendacii.

4. Noli laborare ut diteris: sed prudentiae tua? pone modum.

5. Ne erigas oculos tuos ad opes, quas non potes habere: quia facient sibi pennas quasi aquilae, et volabunt in coelum.

1. Als gij gezeten zijt om te spijzen met eenen vorst, geef dan zorgvuldig acht op hetgeen voor uwe oogen is geplaatst1);

2. en zet u een mes op de keel, als gij ten minste u zeiven in de macht hebt2);

3. wees niet begeerig naar zijne spijzen*); want het is een onbetrouwbaar voedsel.

4. Sloof u niet af, om rijk te worden; maar stel paal en perk aan uwen toeleg*).

5. Hef uwe oogen niet op naar rijkdommen, die gij niet kunt verkrijgen; want zij zullen zich vleugelen aandoen als van eenen adelaar, en ten hemel vliegen5).

*•) Aanprijzing van vlijt en naarstigheid.

*) De gunsteling van eenen vorst moet in het dagehjksch verkeer met zijnen meester, maar vooral aan tafel, groote omzichtigheid in acht nemen. Op hetgeen voor uwe oogen is geplaatst, d. i. niet alleen op de spijzen, maar ook op den persoon van den vorst, gelijk het Hebr. kan verstaan worden; om nl. niets te zeggen of te doen wat den vorst kan mishagen.

*) Zet u een mes op de keel, als eene voortdurende waarschuwing tot voorzichtigheid en zelfbeheersching. Als gij

ten minste enz., beter kan naar het Hebr. vertaald worden: als gij een gulzigaard zijt, d. i. als gij uwe begeerten niet weet te bedwingen.

*) Zijne spijzen, Hebr. zijne lekkernijen; want hierbij vooral zoudt gij uwe zelfbeheersching kunnen verliezen.

*) Aan uwen toeleg, d. i. aan het rusteloos uitzien naar middelen, om rijkdommen te verwerven.

') Op treffende wijze wordt hier gewaarschuwd tegen het ongeregeld streven naar rijkdommen, die boven iemands bereik liggen. Deze zijn gelijk aan vogels, die op het oogenblik, dat men ze denkt te grijpen, wegvliegen.

Sluiten