Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gnoscere personam in judicio non est bonum. Leo. XIX 15: Deut. 117 et XVI19: Eccli. XLII1.

24. Qui dicunt impio: Justus es: maledicent eis populi, et detestabuntur eos tribus.

25. Qui arguunt eum, laudabuntur: et super ipsos veniet benedictio.

26. Labia deosculabitur, qui recta verba respondet.

27. Praepara foris opus tuum, et diligenter exerce agrum tuum: ut postea aedifices domum tuam.

28. Ne sis testis frustra contra proximum tuum: nee lactes quemquam labiis tuis.

29. Ne dicas: Quomodo fecit mihi, sic faciam ei: reddam unicuique secundum opus suum. Supra XX 23.

30. Per agrum hominis pigri transivi, et per vineam viri stulti:

31. Et eece totum repleverunt urtic», et operuerant superficiem ejus

zien des persoons in het gericht is niet goed*1).

24. Die tot den goddelooze zeggen: Gij zijt onschuldig; hen zullen de volken vloeken en de natiën verwenschen**);

25. maar die hem bestraffen, zullen geprezen worden; en over hen zal komen de zegenwensch.

26. Eenen kus drukt hij op de lippen, die een treffelijk antwoord geeft23).

2 7. Breng buiten uw werk in orde, en bearbeid vlijtig uwen akker, opdat gij later u een huis moogt bouwen24).

28. Treed niet zonder grond op als getuige tegen uwen naaste; en misleid niemand met uwe lippen25).

29. Zeg niet: Gelijk hij mij gedaan heeft, zoo zal ik hem doen; ik zal een ieder vergelden naar zijn werk26).

30. Langs den akker van een luiaard ging ik voorbij, en langs den wijngaard van een man zonder verstand27);

31. en zie, alles was vol distelen, en de oppervlakte was bedekt met

stemd voor wijzen, voor beoefenaars der wijsheid. Velen echter vertalen het Hebr.: «Ook deze (spreuken) zijn van wijzen», hetgeen dan verstaan kan worden in denzelfden zin als de woorden van wijzen XXII 17; vgl. noot aldaar.

") Het is niet goed, d. i. zeer slecht, iemand in het gericht met aanzien des persoons te oordeelen; vgl. XVIII 5.

") Ook in v. 24 en 25 wordt het woord gericht vooral tot rechters en pleitbezorgers; hun wordt zegen of vloek aangekondigd, naar gelang zij het recht gehandhaafd of verkracht zullen hebben; vgl. XVII 15.

»*) De kus is het teeken van liefde, eerbied, vergiffenis; zoo is ook een goed gekozen woord, een treffelijk bescheid in staat iemands hart te winnen, iemands toorn te ontwapenen.

Eene wijze les voor alle tijden: Voordat iemand er aan denke een huis te bouwen, een huisgezin te vestigen, moet hij eerst door arbeidzaamheid en

vlijt toonen in het bestaan van een gezin te kunnen voorzien; eerst zorgen voor het noodzakelijke, naderhand voor het nuttige en aangename.

") Die zonder grond, niet opgeroepen tot handhaving van waarheid en recht, zich opwerpt als getuige tegen zijnen naaste, stelt zich bloot om, door hartstocht verblind, een vermetel getuigenis af te leggen, den rechter te misleiden en mede te werken tot de veroordeeling van eenen onschuldige.

n) Aan God is de wraak; geen mensch mag zich zeiven recht verschaffen tegen zijnen naaste, allerminst bij beleedigingen; vgL XX 22., . Gold dit reeds onder de wet der vreeze, hoeveel te meer onder de wet der liefde; vgL Matth. V 44; Rom. XII 19 volg.

«') In v. 30 en volg. wordt eene levendige voorstelling gegeven van de luiheid en hare gevolgen. De luiaard is een man van onverstand.

Sluiten