Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

murorum ambitu, ita vir, qui non potest in loquendo cohibere spiritum suum.

en zonder ringmuur is, zoo is een man, die bij het spreken zijnen geest niet in bedwang kan houden28).

OAPUT XXVI.

HOOFDSTUK XXVI.

Den dwaze voegt geene eer, maar beschaming en kastijding (v. 1, 3—5, 7—12). Onverdiende vervloeking (v. 2). Zijne belangen niet toevertrouwen aan eenen dwaas (v. 6). De luiaard (v. 13—16). Het ongeroepen zich mengen in eenen twist (v. 17). Bij tijne handelingen letten op de gevolgen ft. 18, 19). Twiststokers en oorblazers (v. 20—22). Ontveinsde haat, geveinsde vriendschap, valschheid (v. 28—28).

1. Quomodo nix in «estate, et pluvisa in messe: sic indecens est stulto gloria.

2. Sicut avis ad alia transvolans, et passer quo libet vadens: sic maledictum frustra prolatum in quempiam superveniet.

3. Flagellum equo, et camus asino, et virga in dorso imprudentium.

4. Ne respondeas stulto juxta stultitiam suam, ne effïciaris ei similis.

5. Responde stulto juxta stultitiam suam, ne sibi sapiens esse videatur.

6. Claudus pedibus, et iniquitatem

1. Als sneeuw in den zomer en regen in den oogsttijd, zoo ongepast is eere voor den dwaas1).

2. Gelijk de vogel, die naar elders heenvliegt, en de musch, die in het wild rondfladdert, zoo zal een onverdiend uitgesproken vloek op iemand neerkomen2).

3. Eene zweep voor het paard en een toom voor den ezel en eene tuchtroede voor den rug der dwazen3). . .

4. Antwoord den dwaas met naar zijne dwaasheid, opdat gij aan hem niet gelijk wordt4).

5. Antwoord den dwaas naar zijne dwaasheid, opdat hij zieh niet inbeelde wijs te zijn5).

6. Hij is kreupel aan beide voe-

M) Een man zonder zelfbeheersching staat bloot aan alle aanslagen zijner vijanden. In loquendo ontbreekt m den grondtekst.

i) Sneeuw in den zomer, regen in den oogsttijd zijn beide vooral in Palestina zeldzaam en richten groote schade aan; eveneens zou eere of aanzien den dwaas slechts tot groOter verderf strek-

*>" De vogel, de musch, Hebr. de musch, de zwaluw. Op iemand neerkomen, d. w. z. terugvallen op dengene, die zonder reden den vloek had uitgesproken. Het Hebr. heeft echter: «zal niet neerkomen». Dan is de zin, dat

zulk een vloek niemand treft, niaar verdwijnt, gelijk een vogel in de lucht.

*) Die niet nooren wil, moet voelen. De dwaas, die zijne rede niet gebruikt, moet als het redelooze dier door de harde tuchtroede worden voortgedreven; vgl. X 13; XIX 29.

*) Gij moet den dwaas niet antwoorden naar zijne dwaasheid, d. i. op eenen toon of eene manier, welke u aan hem gelijk zou maken, of, wanneer gij zonder nut dwaselijk uwen tijd en uwe moeite zoudt verspillen.

») Daarentegen moet gij den dwaas antwoorden, en wel naar zijne dwaasheid verdient, op voor hem beschamende wijze, als er gevaar bestaat, dat hij anders zich zou inbeelden wijs te zijn.

Sluiten