Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dus suscitat rixas. Supra XV 18.

22. Verba susurronis quasi simplicia, et ipsa perveniunt ad intima ventris.

23. Quomodo si argento sordido ornare velis vas fictile, sic labia tumentia cum pessimo corde sociata.

24. Labiis suis intelligitur mimicus, cum in corde tractaverit dolos.

25. Quando submiserit vocem suam, ne credideris ei: quoniam septem nequitiffi sunt in corde illius.

26. Qui operit odium fraudulenter, revelabitur malitia ejus in concilio.

27. Qui fodit foveam, incidet in eam: et qui volvit lapidem, revertetur ad eum.

28. Lingua fallax non amat veritatem: et os lubricum operatur ruin as.

Dove kolen bij gloeiende gloeien onmiddellijk aan; zoo doet de aanwezigheid van een gramstorig mensch onmiddellijk den twist ontbranden; vgl. XV 18.

m vgi. xviii 8.

**) Een aarden pot (Hebr. scherf) heeft geene waarde, al wordt hij met schuim van zilver overtrokken; zoodanig zijn ook gloeiende lippen, die van liefde schijnen te blaken en overvloeien van vriendschapsbetuigingen, terwijl het hart vol boosaardigheid is.

") Een vijand zal allicht door een of ander woord de ware gezindheid des harten verraden. Hebr.: De haatdragende vermomt zich met -zijne lippen, hij veinst vriendschap, en in zijn binnenste smeedt hij bedrog.

") Dit vers behoort nog bij het voorgaande. Als hij, de vijand, u vriende- l lijk toespreekt, vriendschap huichelt, vertrouw hem dan zeker niet; want juist dan zijn er zeven gruwelen, d. i. allerlei booze plannen, in zijn hart.

") De haatdragende moge tegenover den gehate zijne vijandschap ontveinzen, allicht zal hij tegenover anderen

gramstorig mensch twisten ontbranden").

22. De woorden van den oorblazer hebben eenen schijn van oprechtheid, en zij dringen door tot in het binnenste van het hart").

23. Als een aarden pot, dien men met schuim van zilver zou overtrekken, zoo zijn gloeiende lippen en daarbij een hart vol boosaardigheid").

24. Aan zijne lippen erkent men den vijand, terwijl hij bedrog smeedt in het hart").

25. Als hij aan zijne stem eenen zachten klank geeft, vertrouw hem niet; want zeven gruwelen zijn er in zijn hart25).

26. Die arglistig lijnen haat bedekt, diens boosheid zal openbaar worden in de vergadering26).

27. Die eenen kuil graaft, zal er in vallen; en die eenen steen voortwentelt, op dien zal hij terugvallen27).

28. Eene leugenachtige tong heeft de waarheid met lief; en een gladde mond richt verwoestingen aan*8).

een woord bezigen om hen tegen zijnen vijand in te nemen, maar daardoor ook zijne ware gezindheid verraden en in de vergadering te schande gemaakt worden.

") Vgl. Ps. VII 16, 17; Eccl. X 8; Eccli. XXVII 29. Die eenen steen voortwentelt tegen eene hoogte, om hem van daar op een ander neer te storten. De HH. Schriften geven ons enkele voorbeelden van eene dergelijke rechtvaardige vergelding: Esth. VII 10; Dan. VI 24; XIII 62.

*8) Door eenigen wordt het eerste verslid uit het Hebr. vertaald: Eene leugentong haat degenen, die haar slaan, hetgeen dan naar Vulgaat en Septuagint aldus verstaan kan worden: zij kan de waarheid en die haar de waarheid zeggen niet uitstaan. Maar meer algemeen wordt het vertaald: Eene leugentong haat degenen, die zij geslagen heeft; waaraan dan het tweede verslid beantwoordt: en de gladde mond van den vleier richt verwoestingen aan. Wacht u voor valschaards en vleiers; want zij blijven hunne slachtoffers ten einde toe achtervolgen.

Sluiten