Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8. Sicut avis transmigrans de nido suo, sic vir qui derelinquit locum suum.

9. Unguento et variis odoribus delectatur cor: et bonis amici consiliis anima dulcoratur.

10. Amicum tuum, et amicum patris tui ne dimiseris: et domum fratris tui ne ingrediaris in die afflictionis tuae.

Melior est vicinus juxta, quam frater procul.

11. Stude sapientia» fili mi, et laetifica cor meum, ut possis exprobranti respondere sermonem.

12. Astutus videns malum, absconditus est: parvuli transeuntes sustinuerunt dispendia.

13. Tolle vestimentum ejus, qui spopondit pro extraneo: et pro alienis, aufer ei pignus. Supra XX 16.

14. Qui benedicit proximo suo voce grandi, de nocte consurgens maledicenti similis erit.

15. Tecta perstillantia in die fri-

I 8. Als een vogel, die omzwerft buiten zijn nest, zoo is een man, I die zijne woonstede verlaat8).

9. Balsem en velerlei reukwerken verheugen het hart; en de goede raadgevingen van eenen vriend zijn aangenaam voor de ziel8).

10. Uwen vriend en den triend uwg vaders, ga dien niet voorbij; en treed niet binnen in het huis uws broeders op den dag van uwen rampspoed10).

Beter is een gebuur in de nabijheid, dan een broeder veraf.

11. Streef naar wijsheid, mijn zoon, en verblijd mijn hart, opdat gij dengene van antwoord dienen kunt, die verwijtingen maakt11).

12. De verstandige ziet het onheil en verbergt zich; de onverstandigen zetten hunnen tocht.voort en lijden schade18).

13. Neem het kleed van hem, die borg is gebleven voor een ander; en ten overstaan van vreemden leg beslag op zijn onderpand*8).

14. Die voor dag en dauw opstaande met luider stemme zijnen naaste zegen toewenscht, is gelijk aan iemand, die verwenschingen uitu).

15. Daken, die doorlekken bij win-

s) De mensch, die lichtzinnig woonstede en vaderland verlaat, vooral de Israëliet, die zich uit het land der vaderen verwijdert van de heilige woonstede des Heeren, is gelijk de vogel, omzwervende buiten zijn nest, aan vele gevaren blootgesteld; vgl. Eccl. XXIX 28 volg.; XXXVI 28. _ *) Gelijk reukwerken het hart, de zinnen, streelen, zoo zijn goede raadgevingen van eenen vriend aangenaam, zoet en heilzaam voor de Ael.

10) Uwen vriend en den vriend uws vaders, d. i. eenen vriend, die reeds van oudsher ware vriendschap heeft betoond, ga dien niet voorby, door op den dag van uwen rampspoed troost en hulp te zoeken in het huis uws broeders. Want een trouwe, beproefde vriend, een gebuur in de nabijheid, is dikwerf beter in staat en meer geneigd u tijdig hulp te bieden dan een broeder veraf.

") Enkele handschriften der Vul¬

gaat geven in overeenstemming met den grondtekst en de meeste oude vertalingen de lezing van possim,in plaats van possis. — Een zoon, die overeenkomstig de vermaningen des vaders naar wijsheid streeft, strekt zijnen vader tot vreugde en tot eer; maar grievend is het voor den vader wegens het wangedrag van zijn kind weerloos te staan tegenover verwijtingen en hoon. Zoo werd om de ongerechtigheden van Israël dikwerf de naam van God gelasterd onder de heidenen: vel. Rom. II 24.

") Vgl. XXII 3.

") Vgl. XX 16.

") Ontijdige, overdreven, luidruchtige zegenwenschen en vriendschapsbetuigingen zijn verdacht; zij slaan zoo Jicht over in verwenschingen. Hebr. het, d. i. een dergelijke zegenwen sch, wordt hem als eene vervloeking aangerekend.

Sluiten