Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPDT XII.

HOOFDSTUK XII.

Gedenk God in de dagen uwer jeugd, eer de ouderdom komt met zijne gebreken en de mensch naar zijn eeuwig huis gaat (v. 1—8). Narede (v. 9—14).

1. Memento Creatoris tui in diebus juventutis tua?, antequam veniat tempus afflictionis, et appropinquent anni, de quibus dicas: Non mini placent,

2. Antequam tenebrescat sol, et lumen, et luna, et stellas, et revertantur nubes post plu viam:

3. Quando commovebuntur custodes domus, et nutabunt viri fortissimi, et otiosae erunt molentes in minuto numero, et tenebrescent videntes per foramina:

4. Et claudent ostia in platea, in humilitate vocis molentis, et consurgent ad vocem volucris, et obsurdescent omnes filise carminis.

5. Excelsa quoque timebunt, et formidabunt in via, florebit amygdalus, impinguabitur locusta, et

1. Gedenk aan uwen Schepper in uwe jongelingsdagen, voordat de tijd der kwelling komt en de jaren naderen, waarvan gij zult zeggen: Ik heb er geen behagen in1);

2. voordat de zon en bet licht en de maan en de sterren verduisteren, en na den regen de wolken terugkeeren*);

3. wanneer de bewakers van bet huis beven, en de kloekste mannen waggelen, en de maalsters het werk staken, omdat zij in gering aantal zijn, en zij, die door de vensters zien, verduisteren*);

4. en de deuren aan de straat gesloten worden, terwijl het geluid van den molen doffer wordt, en men opstaat met het zingen des vogels, en al de dochters des gezangs doof worden*).

5. Ook zijn zij bevreesd voor hoogten, en zij hebben schrik op den weg; de amandelboom staat in

J) Vooral in de jongelingsdagen, bij het genieten van de genoegens des levens (XI 7, 8, 9), is het noodig den Schepper en toekomstigen Rechter (XI

y) te geaenuen, en niet eersi ui ue dagen van den hoogen ouderdom, die met zijne lasten en ongemakken en gebreken spoedig zal komen. Den ouderdom, den tijd der kwelling, beschrijft de Prediker verder in beelden (v. 2—6), welke niet alle even duidelijk zijn en verschillend verklaard worden.

*) De wolken, die gedurende den regentijd in Palestina terugkeeren na den regen en nieuwen regen aanvoeren, die de zon en het licht bij dag, en de maan en de sterren bij nacht, verduisteren, beteekenen de vele ongemakken en gebreken, welke in den ouden dag elkander opvolgen en het licht der levensvreugde verkeeren in de duisternis der wederwaardigheden.

") De gebreken des lichaams, dat wordt voorgesteld als een huis met zijne deelen (vgl. II Cor. V 1). De

bewakers zijn de handen en de armen; de kloekste mannen zijn de rug en de beenen, de hechte steun van het lichaam; voor waggelen heeft het Hebr. >krom worden». De maalsters (in het vrouwelijk, omdat het malen van den handmolen slavinnenwerk was) zijn de tanden, die het werk staken, daar zij, in gering aantal overgebleven, het kauwen eerder verhinderen dan bevorderen. Die door de vensters zien zijn de uit de oogholten naar buiten ziende oogen.

4) De deuren aan de straat zijn de beide lippen, die door het "Verlies der tanden den mond doen invallen en zich toeknijpen. Met het invallen van den rvir.nH verliest nok de stem hare kracht;

de molen beteekent den mond. Wegens slapeloosheid staat de grijsaard op OT het eerste morgenlied der vogels. De dochters des gezangs beteekenen de ooren, het orgaan, waarmede men luisi tert naar het gezang; er wordt dus op de doofheid, een gebrek van den ouden dag, gewezen.

Sluiten