Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I

waarschijnlijkheid aan te wijzen. De Vulgaat vertegenwoordigt schier overal den Masoretischen, d. i. den tegenwoordigen Hebreeuwschen tekst In afwijking van onze gewoonte bij de vertaling van dichtstukken

SÏL?i * geVün d6 vertalinS ™« den Latijnschen tekst in

versregels. Wij^Hoen dit om het wezenlijk karakter van het Hooglied dat als proza gelezen een verkeerden indruk kan wekken, reeds voor het oog zooveel mogelijk kenbaar te maken. Van indeeling in strofen zien wq- bij die-vertaling af. Alleen maken we een zichtbare scheiding tus schen de o. i. verschillende liederen. ë

Ter vergemakkelijking van de vergelijking met den grondtekst en voor een juisten blik in de structuur en den poëtisehen aard van het Hooglied laten wij hier eene in liedjes en strofen ingedeelde vertaling van den Hebreeuwschen tekst volgen met enkele wijzigingen en omzet tingen die den bestaanden tekst o. i. nader brengen tot dien der Óotspronkehjke bedjes. Van kleinigheden afgezien (door den deskundig lezer gemakkelijk na te gaan) motiveeren wij deze wijzigingen in de gewone aanteekeningen. Boven elk liedje zetten we de hoofdgedachte er van; tevens duiden wij telkens aan, in wiens of wier mond het vol! gende o i. gelegd behoort te worden, - waarbij men evenwel in het oog houde dat deze liederen ondersteld worden n den regel dooi- de bruidsjuffers of de gasten namens den als sprekend Tngevoerden persoon te worden gezongen. mgevoeraen

I 1. LIED DER LIEDEREN VAN SALOMO.

Verlangen naar de komst van den bruidegom.

Bruidsjuffers. 4. Haal ons! Dat wij achter u loopen!

Voer ons, koning, in uw vertrekken: jubelen willen we en blijde zijn in u, vermelden uwe minne bij den wijn, met liederen uw liefde.

Bruid. 2. Kusse hij mij met kussen van zijn mond!

Uw minne toch is kostlijker dan wijn, 3. en zoet de geur van uwe balsems. Boven uitgegoten olie gaat uw naam: daarom hebben de meisjes u lief.

De bruid als wijnbergbewaaJester' door de zon gebruind. Bruid. I 5. Bruin ben ik, maar liefelijk, o dochters van Jerusalem, als de tenten van Kedar, als de dekkleeden van Salma.

6. Ziet me niet aan wijl ik gebruind ben, want de zon heeft mij beschenen.

Sluiten