Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Sicut vitta coccinea, labia tua: et eloquium tuum, dulce. Sicut fragmen mali punici, ita gonae tuas, absque eo, quod intrinsecus latet.

4. Sicut turris David collum tuum, quae aedificata est cum propugnaculis: mille clypei pendent ex ea, omnis armatura fortium.

') Zoo helder rood. De karmozijnkleur wordt gewonnen uit de kermesschildluis (coccus ilicis), welke op den kermes- of scharlakeneik (quercus coccifera) leeft, vgl. Exod. XXV noot 2.

8) Hebr.: «en uw mond (uw «spreekwerktuig») is liefelijk». In een Arabisch lied is de mond der geliefde «zeer zoet»; nog meer vergelijkingen van den mond komen in die poëzie voor, doch van min betamelijken aard.

") Het Hebr. woord beteekent eigenlijk «slapen», doch het ganscbe profiel wordt blijkbaar bedoeld, in 't bijzonder de wangen. De granaatappel is bij den Oosterling een niet ongewoon beeld van de wangen. In 't Arameesch beteekent roemana «granaat» en «wang» (Hontheim). De granaat heeft de grootte van een appel, en een harde bruine schaal. De volrijpe granaat barst gewoonlijk in twee helften, die dan in een grooten hoek, soms zelfs bijna rechtlijnig, naast elkaar staan. De binnenzijden van die helften, waarin de vele schitterend roede vruchtkorrels tusschen het lichte vruchtvleesch bloot liggen, zijn dan werkelijk een treffend beeld van twee schoone roode wangen. In Arabische minnezangen wordt aan de wangen ook de roode kleur der anemoon toegekend (baksteenrood). — Het woord pelach beteekent een afgespleten of afgesneden stuk (I Reg. XXX 12), doch wordt ook gebruikt voor de twee op elkander liggende schijfvormige steenen van den handmolen (zie Deut. XXIV noot 3), waarvan de bovenste in den ouden tijd van boven bol was. Men kan hier dus vertalen met «schijf» of helft (Vuig. fragmen eig. «stuk»); de wangen worden dan elk voor zich met eene helft van de granaat vergeleken. Naar zijn stam kan het woord ook «scheur» of «barst» beteekenen, zoodat volgens sommigen de beide wangen samen met den

«barst der granaat» d. i. met de gebar-

3. Als karmozijnlint7) zijn uw

lippen, en uwe spraak is zoet8). Als een granaathelft, zoo uw wangen9),

ongeacht wat binnen schuilt10).

4. Als David's toren11) is uw hals, gebouwd met schutskantee-

len12), duizend schilden hangen er

aan13),

èl 't wapentuig der helden.

sten granaat zouden vergeleken zijn. Zie nog noot 12. Over den granaatboom zie noot 31.

,0) Zie noot 3. Tot hiertoe is het hoofd der bruid beschreven. Thans volgt de hals (v. 4), dan de boezem (v. 5).

*') Vermoedelijk de oude Jebusietenburg, door David veroverd en tot zijne vesting gemaakt (I Par. XI 5—7). VII 4 wordt de hals der bruid vergeleken met een «ivoren toren». Beide vergelijkingen worden in het kerkelijk officie toegepast op de H. Maagd Maria.

") Het duistere Hebr. woord thalpijöth zou volgens v. Scholz de «haken» beteekenen, waaraan de schilden hangen. Men kan dan den grondtekst lezen: «gebouwd met duizend haken, de schilden hangen er aan» (zoo construeert ook Schloegl). Waarschijnlijker is de vertaling «windingen» (Honthelm). Bedoeld zijn dan de borstweringen, die in den vorm van kransen trapsgewijze boven elkander waren aangebracht: .L^nirontosisn. Do Pesiita heeft de

volgende eigenaardige wóordindeeling, waarbij ook het beeld van den barst der granaat een andere toepassing krijgt:

«Als karmozijndraad zijn uw lippen;

uw mond is liefelijk,

als de barst van een granaat.

Uw slapen achter uwen sluier

zijn als David's toren.

Uw hals is gebouwd met thalpijóth» enz. Voor «slapen» heeft zij evenwel «nek», passend bij haar wóordindeeling, doch min juiste vertaling.

") Als teeken van veiligheid in de scbutse van even zoovele helden, die hunne schilden er aan (nl. aan den toren) hangen. Dit geschiedde ook ter versiering. Zoo hing Salomon in of aan het «huis van het Libanon-woud» (vermoedelijk behoorende tot den konings- of Davidsburg) 200 groote en

Sluiten