Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Cogitare ergo de illa, sensus est consummatus: et qui vigilaverit propter illam, cito securus erit.

17. Quoniam dignos se ipsa circuit querens, et in tüs ostendit se illis hilariter, et in omni providentia occurrit illis.

18. Initlum enim illius verissima est discipline concupiscentia.

19. Cura ergo discipline, dilectio est: et dilectio, custodia legum illius est: custoditio autem legum, consummatie» inoorruptionis est:

20. Incorruptio autem facit esse proximum Deo.

21. Concupiscentia itaque sapientie deducit ad regnum perpetuum.

22. Si ergo delectamini sedibus et seeptris, o reges populi, diligite sapientiam, ut in perpetuum regnetis:

23. Diligite lumen sapientie omnes qui preestis populis.

24. Quid est autem sapientia, et quemadmodum facta sit referam: et non abscondam a vobis sacramenta Dei, sed ab initio nativitatis

is (Job XXVIII 13), sal geen moeite hebben, behoeft haar niet ver te zoeken.

") De wijsheid is gemakkelijk te vinden, want (in Gr.) nadenken over haar, hare voortreffelijkheid overwegen, is reeds volkomen verstandigheid, wijsheid, een streven naar net hoogste doel gericht. Bevredigd, niet meer bekommerd om haar te vinden, omdat hij haar reeds bezit.

") Harer waardig, die naar haar verlangen en tot haar opwaken (v. 15). En met enz. Om de overeenkomst met Prov. I 20 volg. VIII 1 volg. is deze vertaling te verkiezen boven de andere: en komt hun te gemoet bij alles wat zij bezinnen.

") De bezorgdheid der wijsheid om de menschen weldaden te verleenen, hare welwillendheid (v. 17) wordt aangetoond door het gezegde in v. 21: dat

16. Nadenken dan over haar is volkomen verstandigheid, en wie om harentwille waakt, zal weldra bevredigd zijn14).

17. Want zelf gaat zn rond zoekende die harer waardig zijn, en op de wegen verschijnt zij hun vriendelijk, en met alle bezorgdheid gaat ze hun te gemoet1*).

18. Haar begin toch is een gansch oprecht verlangen naar tucht1*).

19. Streven naar tucht is liefde, en liefde is het onderhouden harer voorschriften; en betrachting harer voorschriften is verzekering der onsterfelijkheid17) ;

20. onsterfelijkheid echter maakt dat men Gode nabij is18).

21. Zoo voert het verlangen naar wijsheid op tot het eeuwige koningschap.

22. Indien gij dan behagen vindt in tronen en schepters, gij vorsten der volkeren, waardeert de wijsheid, opdat gij in eeuwigheid moogt

23. bemint'het licht der wijsheid, gij allen, die aan het hoofd staat der volkeren*0).

24. Wat nu de wijsheid is en hoe zij is geworden, zal ik mededeelen, en ik zal voor u de geheimen Gods niet verbergen, maar van den aanvang harer wording af zal ik na-

zij voert tot een eeuwig koningschap. En deze bewering wordt in v. 18—20 door een sorites bewezen: Haar begin en haar grondslag enz.

") Het streven, het verlangen, naar tucht is een gevolg der liefde tot de wijsheid, liefde bewerkt de betrachting harer voorschriften, en deze bewerkt dat de zalige onsterfelijkheid ons verzekerd wordt.

") Is de onsterfelijkheid zeker, dan besluiten wij daaruit tot de gemeenschap met God; zie I noot 15 en V 16. Een lid van den sorites, uit V 16 volg. bekend, ontbreekt: Gode nabij zijn is het eeuwig koningschap. -») Zie III 8, V 17.

*•) Ontbreekt in het Gr. en is waarschijnlijk ontstaan door eene herhaalde overzetting van v. 22.

Sluiten