Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT VUL

HOOFDSTUK VHI.

De wijsheid als voorzienigheid (v. 1). Om hare voortreffelijkheid verlangde Salomon haar tot zijne bruid te hebben fv. 2—8), wetende dat zij hem eene luistervolle regeering en een gelukkig leven zou bezorgen fv. 9—18). Niet echter door natuurlijken aanleg, maar door gebed kon hij haar verwerven fv. 19—21).

1. Attingit ergo a fine usqtie ad finem fortiter, et disponit omnia suaviter.

2. Hanc amavi, et exquisivi a javentute mea, et quaesivi sponsam mihi eam assumere, et amator factus sum formse illius.

3. Generositatem illius glorificat, contubernium habens Dei: sed et omnium Dominus dilexit illam:

4. Doctrix enim est disciplinae Dei, et electrix operum illius.

5. Et si divitiae appetnntnr in vita, quid sapientia locupletius, quae opera tur omnia?

6. Si autem sensus opera tur: quis horum, quae sunt, magis quam Ula est artifex?

7. Et si justitiam quis diligit, labores hujus magnas habent virtutes: sobrietatem enim et prudentiam do-

1. " Zij reikt nu van het eene einde tot het andere met kracht en bestaart alles met zachtheid1).

2. Haar beminde en zocht ik van mijne jeugd af*), en ik zocht haar als bruid tot mij te nemen, en een minnaar werd ik van hare schoonheid.

3. Op haar edele afkomst roemt zij, daar ze samenwoont met God3); en de Opperheer van alles beminde haar;

4. want zij is het die inwijdt4) in Gods kennis en de keuze doet van zijne werken

5. En wordt in het leven naar rijkdom gestreefd, wat is rijker dan de Wijsheid, die alles bewerkt?')

6. Als echter schranderheid werkdadig is, wie onder al wat bestaat is kunstenaar meer dan zij ?•)

7. En als iemand houdt van gerechtigheid, baar werken zijn rijk aan deugden; want zij leert matigheid en voorzichtigheid en recht-

*) De werking der wijsheid in de natuur als voorzienigheid Gods beschouwd: zij reikt door hare werking over het heelal. Met zachtheid, Gr.: «nuttig», ten goede.

*) Salomon, hier sprekend ingevoerd, | herhaalt (VII 7) zijne liefde voor de wijsheid en zijne bewondering over bare voortreffelijkheid, om daardoor anderen ook tot die liefde op te wekken. De wijsheid heeft alle hoedanigheden, die eene bruid beminnelijk maken: adellijke afkomst (v. 3), bruidsgift (v. 5), verstand (v. 6), deugd (v. 7), ervaring (y. 8). Hij verlangt naar de mededeeling van deze goddelijke Wijsheid, i

*) Op hate edele afkomst roemt zij j terecht, door zij enz. Naar Vuig.: Den i adel van hem, die haar bemint, ver- i heerlijkt, verhoogt de wijsheid, omdat ■

zij zelve deelt in den adel Gods, wiens bruid zij is.

*) Want, het bewijs van Gods liefde jegens de wijsheid: zij is het, die inwijdt, het Gr. kan ook beteekenen: zij is eene I ingewijde; God heeft voor haar geen geheimen en laat haar beslissen, wat Hij doen zal.

5) Alles bewerkt, het heelal schiep en onderhoudt en den mensch alles verschaft.

*) Indien men in eene bruid schranderheid verlangt, welke bekwaam maakt tot kundigen arbeid; deze vindt men in de hoogste mate bij de wijsheid. De grondtekst kan ook beteekenen: wie is meer dan zij maker van hetgeen bestaat ? Volgens Kopt. en Syr. vertaling kan men net Gr. verbeteren: «Indien iemand streeft naar schranderheid».

Sluiten