Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genter per vacuitatem suam, et per soientiam suae artis figuret illud, et assimilet illud imagini hominis,

14. Aut alicui ex animalibus illud comparet, perliniens rubrica, et rubicundum faciens fueo oolorem illius, et omnem maculam, quae in illo est, perliniens:

15. Et faciat ei dignam habitationem, et in pariete ponens illud, et confirmans ferro,

16. Ne forte eadat, prospiciens illi, sciens quoniam non potest adjuvare se: imago enim est, et opus est illi adjutorium.

17. Et de substantia sua, et de filiis suis, et de nuptiis votum faciens inquirit. Non erubescit loqui cum illo, qui sine anima est:

18. Et pro sanitate quidem infirmum deprecatur, et pro vita rogat mortuum, et in adjutorium inutilem invocat:

19. Et pro itinere petit ab eo, qui ambulare non potest: et de acquirendo, et de operando, et de omnium rerum eventu petit ab eo, qui in omnibus est inutilis.

") Het overschot, een hout vol knoesten, dat zelfs onbruikbaar is om spoedig een goed vuur te maken, zorgvuldig besnijdt in zijn vrijen tijd (Gr. «besnijdt met de vlijt van den rusttijd» en wel (v. 12) na het eten, terwijl hij aan zijn huisraad de zorg van zijn werktijd besteedde), en met de kennis zijner bedrevenheid, met de kennis van een gewoon timmerman, zonder eenige bedrevenheid in de beeldhouwkunst. Bedrevenheid, Gr. «syneseös», in vele

snijdt in zijn vrijen tijd en met de kennis zijner bedrevenheid11) daaraan een vorm geeft, die gelijkt op een menschenbeeld,

14. of overeenkomst heeft met een of ander dier; het met menie besmeert en met zeegras eene roode huidskleur geeft, alle vlekken, die het heeft, oververvend;

15. en eene daaraan passende woning vervaardigt, het in den muur13) plaatst en bevestigt met ijzer,

16. uit voorzorg, opdat het soms niet valle, daar hij weet dat het zich niet kan nelpen; want het is een beeld en heeft hulp noodig.

17. En over zijne have en zijne kinderen en zijn huwelijk raadpleegt hij het onder gelofte. Hij schaamt zich niet11) te spreken tot het ziellooze ding;

18. en om gezondheid smeekt hij het machtelooze, en voor zijn leven bidt hij den doode, en de hulp van den onnutte15) roept hij in;

19. en voor zijne reis bidt hij tot hem, die niet gaan kan, en voor winst en voor ondernemingen en voor welslagen van alle zaken roept hij hem aan, die tot niets in staat is.

handschriften «aneseös», d. i. met de vaardigheid van (eigen aan) de uitspanning.

") Met zeegras, met kleursel, dat uit een purperroode soort van zeegras bereid werd. In den muur, in eene nis.

") Gr.: En biddende voor zijne bezittingen en zijn huwelijk en zijne kinderen schaamt hij zich niet enz.

") Onnutte, Gr.: «den meest onervarene», die niets weet of kent.

Sluiten