Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft uitgemaakt, de Latijnsche vertaling der Itala vervaardigd, welke wij in de Vulgaat voor ons hebben. Die vertaling werd intusschen later overgewerkt naar gr., maar eerst nadat deze met behulp van den Hebreeuwschen tekst herzien en verbeterd was. Deze laatste omstandigheid heeft sommigen doen gissen dat de Itala zou vertolkt zijn uit den grondtekst. Maar ten onrechte. Zij berust, gelijk gezegd, onmiddellijk op Gr., en werd herzien naar gr., die te voren een herziening naar den grondtekst ondergaan had. Een en ander maakt het begrijpelijk dat de Latijnsche vertaling naast lezingen aan Gr. eigen tevens lezingen en de talrijke glossen van gr. heeft, somwijlen den tekst van Gr. naast dien van gr. zet en buitendien niet zelden den grondtekst getrouwer weergeeft dan beide. Zoo komt het dat zij in sommige gevallen kan dienen tot zuivering en verbetering van den Griekschen, en zelfs van den Hebreeuwschen tekst. Maar eveneens wordt door het gezegde begrijpelijk dat zij ook zelf een zeer aanzienlijke zuivering moet ondergaan, zoo zij ons het werk van' Jesus Sirachzoon in zijn oorspronkelijken omvang en vorm behoorlijk zal vertegenwoordigen. Vooreerst immers moeten de talrijke glossen worden uitgescheiden. De meeste dezer aan te wijzen valt niet moeilijk; men behoeft slechts den tekst der Vulgaat met dien van Gr. te vergelijken1). Voorts dient daar, waar de Itala den tekst van Gr. èn gr. blijkt weer te geven, zoo mogelijk te worden uitgemaakt, welke van de twee de meest oorspronkelijke is. Ook hebben uiteraard zoowel de Latijnsche vertaler alsook de latere bewerker zijner vertolking geen in alle opzichten volmaakt werk geleverd. Daarbij komt nog, dat Hiëronymus bij de vernieuwing der Itala het werk van Jesus Sirachzoon liet gelijk het was1), en dat dit zoowel na als vóór hem meer dan eenig ander boek der Vulgaat door goed bedoelde, maar slecht geslaagde «verbeteringen» in het ongereede geraakte. Zoo men intusschen van de genoemde gebreken afziet, welke — het kan niet ontkend worden — bij het lezen zeer hinderlijk zijn en veel duisterheid veroorzaken, dan kan men de Latijnsche vertaling als eene bij uitstek getrouwe roemen. De vertolker en de latere bewerker zijn er op bedacht geweest den tekst, dien zij voor zich hadden, zeer woordelijk weer te geren; dien ten behoeve schroomden zij niet, somwijlen Grieksche woorden, die moeilijk te vertolken waren, onvertaald te laten of geheel nieuwe woorden en constructies te vormen. Vandaar dat het Latijn van ons boek in menig opzicht afwijkt van het gewone Latijn der Vulgaat, wat aanleiding gaf tot de z. g. verbeteringen, waarvan wij juist gewaagden.

*) In onze vertaling zijn de in Gr. niet voorkomende gedeelten tusschen haakjes [ ] geplaatst Dat dit louter glossen zijn, blijkt alleen reeds hieruit, dat men zonder die gedeelten mede te lezen in bet zinverband hoegenaamd niets mist, tenzij ander tekstbederf den zin verstoort

*) Ondanks zijne bekende meening over het gebruiken der deuterocanonische boeken gaf hij toch van Tobias en Judith en de deuterocanonische gedeelten van Daniël en Esther een nieuwen Latijnschen tekst. Zou wellicht de vrees, dat een, van de talrijke, in de oude Itala voorkomende glossen gezuiverde tekst veel tegenspraak zou vinden, mede oorzaak geweest zijn, dat hij ons boek liet gelijk het was?

Sluiten