Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

38. Attende in illis, ne forte cadas, et adducas animas tuas inhonorationem,

39. Et revelet Deus abseonsa tua, et in medio synagogae elidat te:

40. Quoniam aecessisti maligne ad Dominum, et cor tuum plenum est dolo et fallacia.

38. Geef er acht op, opdat gij niet moogt vallen en schande brengen over uwe ziel,

39. en God niet uwe geheimen openbare en u niet neerwerpe in het midden der gemeente»*),

40 omdat gij huichelachtig zqt genaderd tot den Heer, en uw hart vol is van list en bedriegehjkheid.

OAPUT II.

HOOFDSTUK II.

vertrouwen (v, Ié—**).

1. Fili accedens ad servitutem Dei, sta in justitia, et timore, et praepara animam tuam ad tentationem. Matth. IV 1; II Tim. III 12.

2. Deprime oor tuum, et sustine: jJ_u^= onrAm. et suscipe verba in-

tellectus: et ne festines m tempore obductionis.

3 Sustine sustentationes Dei: conjungere Deo, et sustine, ut crescat in novissimo vita tua.

4 Omne, quod tibi applicitum fuerit, accipe: et in dolore sustine, et in humilitate tua patientiam habe:

5 Quoniam in igne probatur aurum et argentum, homines vero recepti-

niet heeft geef er acht op, maar: «Ver-

h*U* U "niefdiep vernedere door het openbaren uwer achter het masker der heiligheid verborgen zonden.

i\ in Gr. bestaat elk der drie deelen van dit hoofdstuk uit zes verzen welke, naar hun gelijkluidend begin (de godIreezendenJ wee) of hun inhoud doen blijken, telkens eene strophe mtmaken. Na de drie strophen volgen nog twee slotverzen. In de Vulgaat komt wegens de niet woordelijke, maaraverklarende vertaling en de toevoegsels de kunstige

1. Mijn zoon, wanneer gij u begeeft in den dienst van God, [sta dan vast

in de gerecnuignem eu uo u en] houd uwe ziel bereid op de beproeving1).

2 Verootmoedig uw hart en wees lijdzaam, [neig uw oor en luister naar verstandige woorden] en wees

niet vooroang ten wjue uw king2).

3 [Verdraag wat God te verdragen geeft;] hecht u aan God en wees lijdzaam, opdat uw leven op het einde toeneme*).

4 Al wat u overkomt, neem net aan, [en wees in bedruktheid lijdzaam] en oefen in uwe vernedering*)

fed Want in het vuur wordt goud [en zilver] beproefd, maar de wel-

samenstelling met tot haar recht — Miin zoon. Begin van strophe 1 (v. 1_5>- zij handelt over de beproeving, welke een ieder, die God wil dienen, het eerst moet ondergaan.

'\ Naar Gr. luidt de aanhef: «HxcM uw hart en wees sterk». Wees niet voorbarig enz., d. L verlies m de beproeving uw geduld niet.

*i Gr • «Klem u vast aan Hem en laat niet'af, opdat otf toeneemt (aaii geluk) tegen uw einde». Men denke ian Job en Tobias.

*) Naar Gr.: «in uwe wisselende vernederingen».

I

Sluiten