Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT III.

HOOFDSTUK III.

1. Filii sapientia?, ecclesia justorum: et natio iilorum, obedientia et dilectio.

2. Judicium patris audite filii, aio facite ut salvi sitis.

et

Plichten der kinderen jegens hunne ouders en zegeningen aan de vervulling dier plichten verbonden (v. 1—18). Lof van de zachtmoedigheid en de nederigheid (v. 19—32) en van de weldadigheid (v. 33—34).

1. [Kinderen der wijsheid vormen de gemeente der rechtvaardigen, en hun geslacht is gehoorzaamheid en liefde1).]

2. Naar vaders voorschrift luistert, kinderen, en doet alzoo, opdat gij gelukkig zijt.2)

3. Want God heeft den vader eere toegewezen van de kinderen en [geëischt en] vastgesteld der moeder gezag op de zonen3).

4. Wie God liefheeft4) verwerft vergiffenis van zonden [en zal zich daarvan onthouden en in zijn dagelijksch gebed verhoord worden.]

5. En als een die schatten oplegt, zoo is wie zijne moeder eert5).

6. Wie zijn vader eert, zal vreugde beleven aan zijne kinderen, en ten dage van zijn gebed zal hij verhooring vinden.

7. Wie zijn vader eert, zal zijn leven verlengen, en wie gehoorzaam is aan zijn vader6), zal zijne moeder verkwikken

8. Wie den Heer vreest, eert zijne ouders en dient als zijn meesters hen, die hem teelden7).

3. Deus enim honoravit patrem in filiis: et judicium matris exquirens, firmavit in filios.

4. Qui diligit Deum, exorabit pro peccatis, et continebit se ab illis, et in oratione dierum exaudietur.

5. Et sicut qui thesaurizat, ita et qui honorificat matrem suam.

6. Qui honorat patrem suum, jucundabitur in filiis, et in die orationis suae exaudietur.

7. Qui honorat patrem suum, vita vivet longiore: et qui obedit patri, refrigerabit matrem.

8. Qui timet Dominum honorat parentes, et quasi dominis serviet his, qui se genuerunt

*) Op de vermaning om God te vree- i zen laat Sirachzoon vermaningen volgen over de plichten jegens de ouders, welke onder al de plichten ten opzichte van de menschen op de eerste plaats staan. Eerst (v. 2—11) zegt hq wat men te doen, dan (v. 12—18) wat men te laten heeft, een en ander met opgave van redenen. — Noch in Gr. noch in de Syrische vertaling komt v. 1 voor; toch schijnt het uit het Hebr. te zijn vertaald. Het is wellicht een bij den Hebreeuwschen tekst gemaakt toevoegsel, dat of door de vertalers niet vertaald of door tateren geschrapt werd. De kinderen der wijsheid zijn zij, die zich op de wijsheid toeleggen en haar in beoefening brengen; zij werden uit de wQsheid als geboren. Én hun geslacht is gehoorzaamheid en liefde, d. i. zij

hebben zich die twee deugden eigen gemaakt.

*) In Gr. luidt de aanhef: «Naar mij,

den vader, luistert » Daar treedt

dus de wijsheid als vader op. Maar naar allen schijn berust die lezing op een verschrijving van het Hebr.

') Door het gebod van Exod. XX12.

*) Voor God leest men in Gr. terecht: «(zijnen) vader».

5) Met v. 4 a maakt v. 5 in Gr. één geheel uit, dat aan hen. die hunne ouders eeren, belooning van dubbelen aard toezegt: vergiffenis van zonden en aardsche goederen. Vs. 4 b is ten deele andere vertaling van v. 6.

") Naar Gr. zeker beter: «en wie gehoorzaam is aan den Heer

') Naar eene niet ongegronde gissing verstond de Grieksche vertaler hier niet

Sluiten