Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Et folia tua comedat, et fructus i tuos perdat, et relinquaris velut lignum aridum in eremo.

S

4. Anima enim nequam disperdet qui se habet, et in gaudium inimicis dat illum, et deducet in sortem impiorum.

5. Verbum dulce multiplicat amicos, et mitigat inimicos: et lingua eucharis in bono homine abundat.

6. Multi pacifici sint tibi, et con- i siliarius sit tibi unus de mille.

7. Si possides amicum, in tentatione posside eum, et ne facile credas ei.

8. Est enim amicus secundum tempus suum, et non permanebit in die , tribulationis.

9. Et est amicus qui convertitur ad inimicitiam: et est amicus qui odium et rixam, et convitia denudabit.

10. Est autem amicus socius mensa?, et non permanebit in die necessitatis. .

11. Amicus si permanserit fixus, erit tibi quasi coajqualis, et in domesticis tuis fiducialiter aget:

12. Si humiliaverit se contra te, et a facie tua absconderit se, unanimem habebis amicitiam bonam.

en Svr verbeterd: « Vainiel in de macht uwer begeerlijkheid, opdat zij uw vermogen niet afweide gelijk een titer». Vgl. Jee L 11.

*> Naar de verbeterde lezing van v. 2 is uwe begeerlijkheid onderwerp.

M Die de booze begeerlijkheid volgt.

«) Vs 5—17, in den gezuiverden tekst 13 verzen, handelen over ware en valsche vrienden en over de waarde der vriendschap.

') Naar Hebr.: «en zachte woorden (verwerven) veel vredewenschen*. Vrien-

3. en deze4) uwe bladeren afvrete en uwe vruchten verderve, en gij overblijft als een dorre boom [in de woestijn].

4. Want een booze ziel5) stort haren bezitter in het verderf en maakt hem tot een vermaak voor zijne vijanden [en brengt hem het lot der goddeloozen].

5. Een vriendelijk woord6) verwerft vele vrienden [en stemt de vijanden zacht], en eene aanminnige tong [bij een goed mensch] werkt veel uit7).

6. Velen mogen er zijn, met wie gij leeft in vrede, maar raadgever zij voor u één uit de duizend.

7. Neemt gij een vriend aan, neem hem aan in beproeving en vertrouw hem niet lichtvaardig.

8. Want iemand is vriend naar het hem te pas komt, maar hij blijft het niet ten dage van tegenspoed.

9. En daar is een vriend, die tot vijandschap overslaat, en [er

! is een vriend,] die onmin en twist j [en schimpwoorden] aan den dag j brengt8).

10. En daar is een vriend, zoolang hij dischgenoot is, maar hij blijft het niet ten dage van den nood. 11 Een vriend, zoo hq standvastig' blijft, zal u als uws gelijke zijn en met uwe huisgenooten leven op vertrouwden voet9).

12. Zoo hij zich voor u verootmoedigt en zich voor uw aangezicht verbergt, dan zult gij eene eensgezinde en goede vriendschap hebben10).

] delrjke bejegening lokt vriendelqke bejegening uit. ij!

*) N|ar Hebr. en Gr.: «die den u onteerenden twist aan den dag brengt», | d. w. z., die een twist, welken hi] met u'had, tot uw oneer bekend maakt.

•) Hebr.: «In uw geluk is hij als gij (d. i. is hij voor u als een tweede ik), maar in uw ongeluk wijkt hij van_«». De Vulgaat zegt: Laat den beproefden vriend alle rechten van een vriend genieten. . , , 1 10) Naar de Vulgaat is de zin, dat

Sluiten