Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

17. Non judices contra judicem: quoniam secundum quod justum est judicat.

18. Cum audace non eas in via, ne forte gravet mala sua in te: ipse enim secundum voluntatem suam vadit, et simul cum stultitia illius peries. Gen. IV 8.

19. Cumiracundononfaciasrixam.

et cum audace non eas in desertum: I quoniam quasi nihil est ante illum Sanguis, et ubi non est adjutorium, elidet te. Prov. XXII 24.

20. Cum fatuis consilium non habeas: non enim poterunt diligere nisi quae eis placent.

21. Coram extraneo ne facias consilium: nescis enim quid pariet.

JNon omni homini cor tuum manifestes: ne forte inferat tibi gratiam falsam, et convitietur tibi.

17. Recht niet tegen een rechter, want naar hetgeen recht is, recht hij").

18. Begeef u niet op. weg met een roekelooze, opdat hij soms niet zijn onheil op u lade1*); hij toch gaat naar eigen willekeur zijns weegs, en door zijn onverstand zult gij mede omkomen.

19. Met een driftige begin geen strijd en ga met hem [den roekelooze] niet de woestijn in; want bloed telt niets in zijn oog, en waar geen hulp te wachten is, zal hij u neervellen.

20. Raadpleeg geen dwazen; zij toch kunnen niets waardeeren dan wat hen streelt16).

21. Houd geen raad in tegenwoordigheid van een vreemde; want gij gij weet niet wat hij zal uitbrengen17).

22. Openbaar niet aan ieder mensch uw hart, opdat hij u geen slechten dank bewijze18) [en u uitlache].

CAPUT IX.

HOOFDSTUK IX.

Waarschuwingen over den omgang met vrouwen fv. 1—13). Lessen betreffende de vriendschap fv. 14, 15), den voorspoed der goddeloozen fv. 18, 17) en de gemeenzaamheid met machtigen fv. 18-20). Over de keuze van goede makkers, het verstandig en het onbezonnen spreken fv.21—23). Over vorsten en onderdanen fv. 24 en 25).

1. Non zeles mulierem sinus tui, ne ostendat super te malitiam doctrines nequam.

van zijne macht, en hem in den steek laten.

") De zin naar de Vulgaat is: Veroordeel een rechter, die u veroordeelt, niet als onrechtvaardig; want krachtens zijn ambt oordeelt hij naar recht en billijkheid. Maar wat zij krachtens hun ambt moesten doen, doen de rechters niet altijd Er zijn ook onrechtvaardige rechters. Daarom verdient de tekst van Hebr. de voorkeur: «Recht met tegen een rechter (d. i. ga geen rechtsgeding met hem aan, waarin hij zelf rechter is); want naar zijn wil recht hq».

1. Wees niet ijverzuchtig op de vrouw aan uw boezem, opdat zij niet aan u de verderfelijkheid betoone van de slechte leer1).

") U niet medesleepe in het ongeluk.

16) Beter Gr. en Hebr.: «want hij (de dwaas) kan geen geheim bij zioh houden*.

") Hebr.: «In tegenwoordigheid van eeh vreemde doe niets geheime (d. i. wat verborgen moet blijven); want gij weet niet wat hij uitbrengt».

IS) Hebr.: «en stoot niet van u de goedheid», d. i. maak u niet gehaat (door uitstorting van uw hart tegenover een ieder).

*) Over den omgang met vrouwen handelen v. 1—13, in Hebr. 9 twee-

Sluiten