Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1

5. Multi tyrannisederunt in throno, ! et insuspicabilis portavit diadema.

6. Multi potentes oppressi sunt valide, et gloriosi traditi sunt in manus alterorum. I Reg. XV 28; Esth. VI 7.

7 Priusquam interroges, ne vituperes quemquam: et cum interrogaveris, corripe juste. 8. Priusquam audias, ne respondeas verbum; et in medio sermonum ne adjicias loqui. Prov. XVIII13. 9 De ea re, quaa te non molestat, ne certeris: et in judicio peccantium ne consistas. 10. Fili ne in multis sint actus tui: et si dives fueris, non eris immunis a delicto: si enim secutus fueris, non apprehendes: et non effugies, si praBCUCurreris. I Tim. VI 9. 11 Est homo laborans, et festinans, et 'dolens impius, et tanto magis non abundabit. Eccles. IV 8.

5. Veleheerschers waren gezeten op den troon, en een, van wien men het niet vermoedde,verwierf de kroon8).

6. Vele hooggeplaatsten werden diep terneer gedrukt, en roemruchtigen*) werden overgeleverd in de handen van anderen.

7. Alvorens een onderzoek te hebben ingesteld, laak niemand, en hebt gij onderzocht, laak hem dan [naar billijkheid8)].

8. Alvorens gehoord te nebben, antwoord niet, en midden in de rede neem niet het woord*).

9. Over eene zaak, welke u niet

deert, twist niet, en waar zonaaars twisten, blijf niet staan7).

10. Mijn zoon, niet met velerlei zaken houd u op; want zijt gij rijk geworden8), gij zult niet vrq zijn van schuld; en al jaagt gij het na, gij achterhaalt het niet; en gij ontkomt het niet, al loopt gij het vooruit»).

11. Daar is [een goddeloos] mensch, die arbeidt en zich haast en aftobt, en des te minder wordt hij rijk10).

Svr luidt: «Over het kleed van den j ongelukkige spot niet, en beschimp niet dengene, die een dag van droefenis heeft* Daar God dikwerf op wonderbare en niet voorziene wijze ingrijpt in de lotgevallen der menschen, weet gij niet of Hij dien arme en ongelukkige niet rijk en gelukkig zal maken. Dat de lezing van Hebr. en Syr. de oorspronkelijke is, blijkt tevens uit het-

gT Beter naar Hebr.: «Velen werden necrgetreden, die op den troon zaten, en hij, aan wien niemand dacht, verkreeg de kroon». .j, .

•> Hebr.: «en zelfs roemruchtigen».

») Voor laak niemand vertaalt men Hebr. beter met «spot niet». In verband met het voorafgaande, waar sprake is van hetgeen den mensen werkelijk eert of onteert, schijnt de zm van het vers. Ook al onteerde zich naar uwe meening iemand door zijne daden, veracht hem niet, alvorens gij zelf hem ondervraagd hebt. Blijkt het dat hij zich onteerde, berisp hem dan. , -„„.

•1 Laat den beschuldigde (v. 7) alle gelegenheid om zich vrij en volledig

uit te spreken. ....

') De X 23 begonnen onderrichting wordt hier besloten met de vermaning, om zich niet onnoodig met de geschillen van anderen te bemoeien en vooral geen partij te kiezen, wanneer goddeloof en met elkander aan het twisten zijn. — Er volgt v. 10—17 eene vermaning, om zich niet uit ijdel wmstbejag m allerlei zaken te steken. Dat leidt tot zonde en loopt meestal op teleurstelling uit God toch is het, die voor- of tegenspoed geeft, Hij ook is het, die den vrome wijsheid Verleent en den goddelooze in zijne boosheid laat vergrijzen.

8) Hebr. (verbeterd): «zoo gij u echter met te veel zaken ophoudt».

») Naar Gr.: «zoo gij loopt, bereikt gii bet niet, en zoó gij « haast, ontkomt gij niet». Vermoedelijk een spreekwoord, waarvan de zin hier schijnt: l Zoo gij al te ijverig uit zijt op winstbejag, dan zult gij geen winst maken; en zoó gij het doet met hartstochtelijke ; gejaagdheid, dan blijft gij niet vrij van I zondeschuld. , z.uit,

10) Hebr.: «maar des te verder blijn \ hij achter».

Sluiten