Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5. Da bono, et non receperis pee- j catorem. , .

6 Benefac humili, et non dedens impio: prohibe panes illi dan ne in ipsis potentior te sit:

7 Nam duplicia mala invenies in | omnibus bonis, qusecumque feceris I iUi: quoniam et Altissimus odio | habet peceatores, et impiis reddet vindictam.

8 Non agnoscetur in bonis amieus, et non abscondetur in malis inimicus.

9 In bonis viri, inimittf illius in tristitia: et in malitia illius, amicus agnitus est.

10. Non credas inimico tuo in asternum: sicut enim aaramentum, teruginat nequitia illius:

11. Et si humiliatus vadat curvus, adjice animum tuum, et custodi te ab illo.

12. Non statuas illum penes te, nee

5. Geef aan den goede en trek u den zondaar niet aan.

6. Doe wel aan den nederige, maar geef niet aan den goddelooze5); belet dat men hem brood geve, opdat hij daardoor niet machtiger worde dan

f9 want dubbel kwaad zult gij ondervinden van al het goede, dat tra hem bewezen hebt; ook de Allerhoogste toch haat de zondaars en oefent vergelding aan de goddeloozen7). . , 8. Niet in voorspoed wordt de vriend

i gekend8), en in tegenspoed blijft ! de vijand niet verborgen. ! 9 Bij iemands voorspoed zqn zijne i vijanden in droefheid, maar bq zqn ! tegenspoed doet zqn vriend zich I kennen9). .. .

10 Vertrouw uwen vqand in eeuI wigheid niet, want gelijk metaal

brengt zqne boosheid roest voort1»).

11 Zelfs als hij zich vernedert en met gebogen rug gaat, pas toch op en hoed u voor hem11).

| 12. Neem hem niet naast u, noch

6\ Met v. 5 vormt v. 6o één (twee- | ledig) vers, dat in den beteren vorm i van Hebr. luidt: «Geef aan den goede maar weiger aan den booze; verkwik den ootmoedige, maar geef den hoovaardige niets». . . i

•> Dit gevaar schijnt toch niet groot. Hebr. heeft: «Werktuigen des krijgs (kelê lachem) geef hem met opdat hq er niet mede tegen *\ optrede» ■. De Grieksche vertaler leidde keki (werktuigen) verkeerdelijk af van het werkwoord kala' (weigeren), en las lachem, hetwelk blijkens Judic V 8 «krijg» kan beteekenen, verkeerd als lechem (brood).

')? Dubbel kwaad zult gij ondervinden: het ééne van de zijde des goddeloozen, die hetgeen hij van U ontving zal misbruiken als een wapen tegen u tv 6 c). het andere van de zqde lioos (v" 7 b), die uwe goedheid met beloonen, maar óm zijn afkeer van den zondaar veeleer bestraffen zal. - Er volgt (v 8-12) eene strophe van 7 verzen over ware en valsche vrienden en over de houding tegenover vijanden aan te

In voorspoed is iedereen uw vriend.

•1 Naar Hebr., beter zich aansluitend aan v 8: «In den voorspoed eens menI schen is ook de vqand een vriend, maar I in zijn tegespoed gaat ook de vriend ! heen', te weten de valsche vriend. ") Gelij k metaal, schoon het geschuurd wordt, toch steeds opnieuw roest voort! brengt, zoo zal ook wie u Waarlijk vqI andi? is, al doet hij zich soms hef voor, ! toch nieuwe booze plannen tegen u

8me)deVolgens Hebr. en Gr. ontbreekt een gedeelte, hetwelk, naar de vergehjWng der twee teksten waarschijnlijk mafkt, ongeveer luiden moet: «Wees zorgvuldig voor hem op uwe hoede, wees tegenover hem als wie een spieafveegt (d. i. wees zeer voorzich§?, 7oodagt gHj hem niet krenkt. Bq het afvegen van metalen spiegels, gelifk men die in de oudheid gebruikte, moest men vooral zorgen er geen krassen op te maken); dan zal hq geen gelegenheid vinden om u in het verI derf te storten, en gq zult he^; einde , van den nijd zien», d. w. z. hq zal eindelijk ophouden u vijandschap te . betoonen.

Sluiten