Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sedeat ad dexteram tuam, ne forte conversus in locum tuum, inquirat cathedram tuam: et in novissimo agnoscas verba mea, et in sermonibus meis stimuleris.

13. Quis miserebitur incantatori a serpente percusso, et omnibus, qui appropiant bestiis? et sic qui comitatur cum viro iniquo, et obvolutus est in peccatis ejus.

14. Una hora tecum permanebit: si autem declinaveris, non supportabit

15. In labiis suis indulcat inimicus, et in corde suo insidiatur ut subvertat te in foveam. Jer. XLI 6.

16. In oculis suis lacrvmatur ini.

micus: et si invenerit tempus, non satiabitur sanguine:

17. Et si incurrerint tibi mala, invenies eum illic priorem.

18. lp oculis suis lacrymatur inimicus et quasi adjuvans suffodiet plantas tuas.

19. Caput suum movebit, et plaudet manu, et multa susurrans commutabit vultum suum.

; Gehjk wat den zin betreft, maar beter en regelmatiger van bouw naar Hebr. en Gr. (3 tweeledige verzen): «Plaats hem niet aan uwe zijde, opdat hij u niet neerwerpe en uwe plaats inneme; laat hem niet aan uwe rechter

Zitten. ODdat hii niot non» ..... ._i

streve, gij ten laatste mijne woorden '

te weten, omdat gij mijne waarschuwing niet hebt opgevolgd. — De volgende strophe (v. 13—19, 7 verzen) waarschuwt voor omgang met boosaardige menschen. ") Naar Hebr.: «en als helper zoekt

laat hem zitten aan uwe rechterhand, opdat hij soms niet op uwe plaats belust naar uwen zetel trachte, en gij ten laatste mijn zeggen bewaarheid vindt en mijne woorden met bitterheid herdenkt12). 13. Wie zal medelijden hebben met een bezweerder, zoo hii rtoni- aar.a

slang wordt gebeten, of met degenen, die bij de wilde dieren gaan ? Zoo ook niemand met hem, die verkeert met een slecht mensch en zich in diens zonden verstrikt.

14. Een enkel uur blijft hij bij u, maar als gij een anderen weg inslaat, houdt bif het niet uit.

15. Op zijne lippen heeft de vijand zoetigheid; maar in zijn hart peinst hij er over om u in den kuil te storten.

16. In zijne oogen heeft de vijand tranen; maar als hij gelegenheid vindt, is hij niet te verzadigen met bloed.

17. En overkomt u een ongeluk, dan zult gij hem het eerst daarbij vinden.

18. [In zijne oogen heeft de vijand tranen] en in schijn hulpe biedend ondermijnt hij u de voetzolen13). '

19. Dan schudt hij zijn hoofd en slaat in de handen en onder veel sissen vertrekt hij zijn gezicht11).

At; de hieh; d. w. z. terwijl hij den schijn aanneemt van u te helpen, belaagt hij n als eene slang, vgl. Gen. III 15: insidiaberis calcaneo eins. De Grieksche vertaler heeft de beeldspraak blijkbaar niet begrepen.

") Met zijn schijnbaar medelijden (v. 16a)sis het au gedaan. Hij schudt het hoofd, slaat de handen saam, sist en trekt gezichten, als wilde hij zeggen : Die heeft gekregen wat hij verdiende. — Er volgt XIII 1—8 eene waarschuwing van ongeveer dezelfde strekking als de voorafgaande.

ï

Sluiten