Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

proximi: et homo peritus confundetur a persona potentis.

26. Stultus a fenestra respiciet in domum: vir autem eruditus foris stabit. >

27. Stultitia hominis auscultare per ostium: et prudens gravabitur contumelia.

28. Labia imprudentium stulta narrabunt: verba autem prudentium statera ponderabuntur.

29. In ore fatuorum cor iilorum: et in corde sapientiam os iilorum.

30. Dum maledicit impius diabolum, maledicit ipse animam suam.

31. Susurro coinquinabit animam suam, et in omnibus odietur: et qui cum eo mauserit odiosus erit: tacitus et sensatus honorabitur.

het huis in [van den naaste]; maar een welvoegelijk man ontziet een persoon [van macht19)].

26. De dwaas schouwt door het venster in het huis; maar een man van opvoeding blijft buiten staan20).

27. Eens dwazen menschen is het te luisteren door de deur; maar een verstandig mensch zou onder de schaamte gebukt gaan.

28. De lippen der onverstandigen spreken dwaze dingen; maar de woorden der verstandigen zijn afgewogen op de weegschaal21).

29. In den mond der dwazen is hun hart, en in het hart der wijzen is hun mond22).

30. Wanneer de goddelooze den duivel28) vervloekt, dan vervloekt hij zijne eigen ziel.

31. De oorblazer bezoedelt zijne eigen ziel en wordt door allen gehaat21), [en wie zich aan hem houdt, wordt gehaat; de zwijgzame en verstandige wordt geëerd].

een welvoegelijk man ontziet een

CAPÜT XXII.

HOOFDSTUK XXII.

Verachtelijkheid van den luiaard fv. 1, 2). De vloek van bedorven kinderen (V. if—ö). Het te vergeefsche moeite dwazen te willen bekeeren, er is geen omgang met hen mogelijk fv. 6—18). De wijze is standvastig, de dwaas wankelmoedig fv. 19—23). Onderhoud de vriendschap (v. 24-32) Gebed fv. 38).

In lapide luteo lapidatus est piger, et omnes loquentur suDer

aspernationem illius.

1) Gr.: «maar de man van veel ondervinding zal zich schamen (aarzelend blijven staan) aan de voorzijde (van het huis). Dat prosöpon hier niet «persoon» beteekent, leert de tegenstelling met het eerste verslid, alsook v. 26. Het toevoegsel der Vulgaat van macht is derhalve verkeerd.

*°) Zonder nieuwsgierige blikken naar binnen te werpen wacht hij, totdat men nem open doet.

") Gewikt en gewogen. ) De dwaas zegt alles wat hem in den zin schiet, de wijze spreekt niet, voordat hij overwogen heeft wat te

1. Met een bevuilden steen werpt men naar den luiaard, en allen spreken over ziirm vm-anhtamir.

I heid1). J

zeggen. Vgl. Prov. XVI 23.

*) Gr. heeft ton satanan (Hebr. has-satanan), d. i. den tegenstander, verleider bq uitnemendheid; vgl. Job 16; I Par. XXI 1; Zach. III 1, 2. Wie den duivel verwenscht, omdat hij hem misleidde, verwenscht zich als zijn volgeling en als zijn gelijke mede.

) Gr.: «en maakt zich in de buurt gehaat». Van hetgeen de Vulgaat meer heeft is de eerste zinsnede andere vertaling van het voorafgaande, en schijnt de tweede eene aanvullende glosse.

') Het onderwerp van v. 1—23 is de

29

Sluiten