Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. De stercore boum lapidatus est piger: et omnis, qui tetigerit eum, ezcutiet manus.

3. Confusio patris est de filio mdisoiplinato: fiïia autem in deminoratione fiet

4. Filia prudens hereditas viro suo: nam qua? eonfundit, in contumeliam fit genitoris.

5. Patrem et virum eonfundit audax, et ab impiis non minorabitur: ab utrisque autem inhonorabitur.

piger: ei uiuu», hui «"S"" »

2. Met koedrek werpt men naar den luiaard, en al wie hem heeft aangeraakt, schudt zijne handen af2).

3. Schande heeft de vader van een losbandigen zoon, en (zulk) eene dochter strekt (hem) tot minachting»).

4. Eene verstandige dochter is een erfstuk voor haren man*); maar eene ergernisgevende wordt eene schande voor haren vader. .

5. Vader en man tot scnande is de séhaamtelooze, [en zij staat bij de goddeloozen niet ten achter0);] door beiden wordt zij dan ook veracht.

behandeling, welke dwazen en zondaars van verschillenden aard verdienen en ondergaan, en wel vooreerst de luiaards en de slechte kinderen (v. 1—6). — Van v. 1 en 2 geeft de Vulgaat een vreemdsoortigen en zeker bedorven

tekst, «aar w. »"•""•»; j bevuilden steen is gehjk (woordelijK. met een bevuilden steen werd vergeleken) do luiaard; en een ieder fluit (hem) uit om zijne verachtelijkheid»; naar Syr.: «Gelijk een bevuilde steen, geworpen op de straat, voor welks stank iedereen uitwijkt, zoo is de dwaas; en ieder gaat van hem heen», üm de beeldspraak te kunnen begrijpen, is net noodig te weten dat men in de oudheid, als men zijn gevoeg had hedaan, met steenen datgene verrichtte waarvoor men heden ten dage papier pleegt te gebruiken. Op dat gebruik ^speelt Aristophanes in zijn Pax v. 1230 (zie ook de aanteekening van den scholiast op die plaats); daarvan gewaagt ook de Talmud herhaaldelijk en in later tijd

nog Barhebreus (zie r r. iuuu. «» Barh. p. 26). Uit de vergelijking van den Griekschen en den Syrischen tekst mag men besluiten, dat het vers oorspronkelijk luidde: «Aan een bevuilden steen, die op de straat werd geworpen is gelijk de luiaard, en een ieder wijkt uit voor zijn stank». Sirachzoon zet dikwerf (zie b. v. v. 2) m het eerste verslid eene vergelijking op, welke 1hij dan in het tweede verduidelijkt door iets naders te zeggen over den persoon of de zaak, waarmede hij zijn onderwerp vergelijkt. In Gr. viel van v. l a die ov de straat werd geworpen uit, terwijl daar de verkeerde vertaling van v. 1 o schijnt te berusten op eene verwisseling van het werkwoord 'arak (vluchten) met

«sjarak» (uitfluiten). Het werkwoord -arak komt elders slechts tweemaal voor, te weten Job XXX 3 en 17. Op de eerste plaats vertaalt de Septuagint het met «vlüchten», en daar kan het ook niets anders beteekenen. Het Hebr. substantief be-osj beteekent in eigenlijken zin «stank», in figuurlijken «verachtelijkheid». De Grieksche vertaler verstond het hier in den laatsten zin, omdat hij ten gevolge van de verwisseling van 'arak met sjarak v. 10 verkeerdelijk deed slaan, met op den . ju miar f»n den luiaard.

DeVUllUBU oirou, ~r- —— . .

Wat Syr. meer heeft dan Gr. maakt

het vers te lang en sduijui <=°"

, . „.3 r>o -oorU-eerde lezine

rena loevucgsm. ^» ■ — ,i

. TT..1 . i„miAnt,,e pst. is. evenals

in v. 2, slechte misvattmg van het

G™™™rfrrT'Tpp,. Hal (mensehen)-

.. .r_i«.s/as i,„„.;An waaraan ver-

areie idoidiioi «d^uuu,

moedelijk in Hebr. beantwoordde «legel

charanm», zie j^ztnui. u ^ „„ TT XXXVI 12) is gelijk de luiaard, en a] ±ft L„. schudt ziine hand

af». De oorsprong van de lezing der Vulgaat de stereore boum is niet met zekerheid te bepalen. Ji^at

") Jtsil eene uuunw 'r*~r—'IrZ.' een bijvoegelijk naamwoord uit, zeker

■ Tr.or\rtv,(, )Cl

een synoniem vuu .i,»^.»..—». *) Is hem evenveel waard alp eene | goede erfenis. Naar Gr. luidt intusschen het halfvers: «Eene verstandige

. , . i l,„„en mn n. wat Ultter-

, aocnier Kiyyo '*<*' ~ > ■■ ^ „

aard eene eer is voor haren vader. Zoo vormt v. 40 eene togenstellmg tot v. 4a.

«eene scnaamieiouze uuuu«' =»-

vader tot oneer», omdat zij ongevraagd

b% ^Deze zinsnede is andere vertaling

(naar gr.) van ae vuig*""*».

Sluiten