Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tas illius, et in pienituaine sancsorum detentio mea.

17. Quasi cedrus exaltata sum in Libano, et quasi cypressus in monte j Sion:

18. Quasi palma exaltata sum in Cades, et quasi plantatio rosaa in Jericho:

19. Quasi oliva speeiosa in campis, et quasi platanus exaltata sum Juxta aquam in plateis.

29. Sicut cinnanomum, et balsamum aromatizans odorem dedi: quasi myrrha electa dedi suavitatem odoris:

21. Et quasi storax, et galbanus, et ungula, et gutta, et quasi Libanus non incisus vaporavi habitationem meam, et quasi balsamum non mistum oder meus.

22. Ego quasi terebinthus extendi ramos meos, et rami mei honoris et gratiss.

23. Ego quasi vitis fructificavi suavitatem odoris: et flores mei fructus honoris et honestatis.

24. Ego mater pulchr» dilectionis, et timoris, et agnitionis, et sanctae spei.

ringe verbetering: «in het(erf)deel Gods, in znn erfgoed». De Wijsheid schoot wortel in Israël, dat God zioh tot erfgoed verkoos. Het toevoegsel der Vulgaat zegt hetzelfde. — Tot wat glorie de Wijsheid in Israël kwam, schilderen de 3 laatste verzen van tegenstrophe I in vergelijkingen, aan de prachtigste boomen van het land ontleend.

") Bedoeld is het gebergte Hermon, dat naar Deut. IV 48 (zie de betreffende noot) ook Sion (Hebr. Sion, met Tsion. zoóals de naam van den bekenden berg te Jerusalem in 't Hebr. geschreven wordt) heette. Gr. heeft: «in het gebergte Aërmön».

14) Te Cades, Gr.: «en aigialois», d. i. aan de zeekust, zeker verschreven uit: «en Engadois», te Engaddi (zie Jos. XV 62; I Reg. XXIV 1), waaruit het te Cades der Vulgaat (het in Genesis dikwerf genoemde Cades-barne) ontstond. Ie Jericho. De streek van

in de volle vergadering der heiligen is mijn verblijfJ.

17. Als een ceder op den Libanon schoot Dx op, en een als cipres op den berg Sion11).

18. Als een palm te Cades schoot Ik op, en als eene rozengaarde te Jericho18).

19. Als een schoone olijfboom op de velden schoot Ik op en als een plataan aan het water [op de pleinen].

20. Gelijk18) kaneel en welriekende balsem verspreidde Ik geur, gelijk uitgelezen mirre verspreidde Ik zoeten reuk14),

21. [en] gelijk [storaks en] galbaan en nagelsteen en aloë en gelijk [ongebroken] wierook [heb Ik geur verspreid] in [mijne] tent [, en gelijk onvermengde balsemis mijn geur 15>}.

22. Ik breidde als een terpentijnboom mijne twijgen uit, en mijne twijgen waren heerlijk en liefelijk

23. Ik bracht als een wijnstok Izoeten] geur voort, en mijne bloesems leverden kostelijke en rijke vruchten.

24. [Ik ben de moeder der schoone liefde en der vreeze en der kennis en der heilige hoop1*)-

Jericho was en is nog rijk aan rozen.

") Aanhef van den beurtzang (zie noot 1).

u) De hier genoemde geurige specerijen pleegden in het dagelij ksch en huiselijk leven te worden gebruikt.

") Naar allen schijn moet v. 21 als volgt worden gelezen: «gelijk storaks en nagelsteen en aloë, en gelijk ongebroken wierook in de tent». Vermoedelijk heeft de dichter bier de geurige specerijen op het oog, uit welke het reukwerk moest worden vervaardigd voor het reukaltaar in den tabernakel. Zie Exod. XXX 84 met de betreffende noot. Ongebroken xoierook (Hebr. lebonah toebah, d. i. natuurlijke wierook, zooals die uit den boom gevloeid en gestold is, volgens Dioscorides (de materia medica I 82) de beste. Mindere soorten werden gebroken of gemalen.

16) De zin dezer glosse is: De Wrjs-

Sluiten