Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT XXV.

HOOFDSTUK XXV.

Drie soorten van goede dingen eu drie soorten van dwazen. Lof van de wijs. heid die zieh aan grijsheid paart (v. 1-8). Boven negen goede dingen valt de vreeze des Heeren te prijzen (v. 9-16) Hoe verderfelijk booze vrouwen zijn (v. 17—36).

1. In tribus placitum est spiritui j meo, quaa sunt probata coram Deo, I et hominibus:

2. Concordia fratrum, et amor prozimorum, et vir et muiier bene sibi consentientes.

3. Tres species odivit anima mea, et aggravor valde animas iilorum:

4. Pauperem superbum: divitem ! mendacem: senem fatuum et insen- j satum.

5. Quae in juventute tua non eongregasti, quomodo in senectute tua

invenies? ......

6. Quam speciosum canitiei judicium, et presbyteria cognoscerö consilium!

7. Quam speciosa veteranis sapientia, et gloriosis intellectus, et consilium!

8. Corona senum multa peritia, et gloria iilorum timor Dei.

9. Novem insuspicabilia cordis magnificavi, et decimum dicam in lingua hominibus:

L Dj drie dingen vindt mijn geest behagen, en zij vinden bijval bij God en menschen1):

2. eendracht onder broeders en liefde onder buren en man en vrouw, die eensgezind zijn.

3. Van drieërlei menschen heeft mijne ziel een afschuw, en ten zeerste erger ik mij aan hun leven:

4. van een trotsehen arme, van een leugenachtigen rijke, van een dwazen*) en onverstandigen grijsaard.

5. Wat gij in uwe jeugd niet verzameld hebt, hoe wilt gij het in uw ouderdom vinden?

6. Hoe schoon staat aan grijze I haren inzicht, en aan ouderen verj stand van raadgeving!

7. Hoe schoon staat aan bejaarden wijsheid, en aan aanzienlijken inzicht en overleg5)!

8. Eene kroon voor grijsaards is

rijke ervaring, en nunne eere i» uo vreeze Gods.

9. Negen dingen, tegen welke geen hart bedenking heeft, prijs ik, en het tiende verkondig ik met mijne tong [aan de menschen]4):

») De nieuwe reeks van onderrich- j gen, welke Sirachzoon volgens XXIV 46 nog zou geven, opent hij met eene lofprijzing van de onderlinge liefde tus- i schen broeders (stamgenooten), buren j of vrienden en gehuwden, en met de veroordeeling van 3 soorten van dwazen. De veroordeeling der dwaze grijsaards geeft hem aanleiding de wijze grijsaards te prijzen (v. 1—8).

*) Gr.: «overspeligen». Aan een arme, a;* nn H« hnln van anderen is aan¬

gewezen, voegt in het geheel geene trotschheid; aan een rijke, die niet gelijk de arme soms reden meent te hebben om te liegen, geene leugen- 1

achtigheid; aan een grijsaard, die reeds lang zijn hartstocht had moeten leeren beteugelen, geen overspel.

*) Mogelijk is V. 7 herhaling van v. 6 in andere lezing.

*) Onder vnsuspicaouia. cu™» vcistaan sommigen overeenkomstig onze vertaling dat, waar niemands hart iets tegen heeft, maar wat ieder m tegendeel gaarne ziet; anderen hetgeen eens menschen hart zelden overkomt. Maar noch het een noch het ander wordt door de woorden duidelijk uitgedrukt. Naar Gr. luidt de plaats beter: «Neo-en dingen, die mij in den zin komen (byponoêmata), prijs ik in mijn hart,

Sluiten