Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10. Homo, qui jucundatur in filiis, vivens et videns subversionem inimicorum suorum.

11. Beatus, qui habitat cum mullere sensata, et qui lingua sua non est lapsus, et qui non servivit indignis se. Infra XXVI1; Supra XIV 1 et XIX 16; Jac. III 2.

12. Beatus, qui in venit amicum verum, et qui enarrat justitiam auri audienti.

13. Quam magnus, qui hnrenit sapientiam et scientiam! sed non est super timentem Dominum:

14. Timor Dei super omnia se superposuit:

15. Beatus homo, cui donatum est habere timorem Dei: qui tenet illum, cui assimilabitur ?

16. Timor Dei initium dilectionis ejus: fidei autem initium agglutinandum est ei.

10. eenen mensch, die vreugde beleeft aan zijne kinderen; hem, die bij leven den ondergang zijner vijanden ziet5).

11. Gelukkig hij, die met eene verstandige vrouw samenwoont6), en die niet door zijne tong ten val komt, en die geen knecht is van wie zijner onwaardig zijn.

12. Gelukkig hij, die een [waren] vriend7) vond, en die [wat recht is] spreekt voor een oor, dat luistert.

13. Hoe groot is hij, die wijsheid [en wetenschap] vond! Maar hij staat niet boven hem, die den Heer vreest8).

14. De vreeze Gods gaat alles te boven.

15. [Gelukkig de mensch, wien het gegeven werd, de vreeze Gods te bezitten]. Wie haar bezit, met wien is hij te vergelijken?

16. [De vreeze Gods is het be<nn der liefde tot Hem; doch een begin van geloof moet daarmede vereenigd zijn9).]

maar het tien Ho nn»~, riLA'J. ü . .

,T- _ «.fiijoi ik mei ae

j " „ *° \». wo ue vreeze

des Heeren. v.nn inïot „ q „i~ :

7. » —— j—=■ ». " aio ub eere

der grijsaards geprezen. In plaats van negen dingen sommen intusschen zoo7n G4rieksche en de Latijnsche (v. 10—13 o) alsook de Syrische tekst er

slechts richt nn Mo.. A~ tt-,

sche tekst, die van een gedeelte van dit hoofdstuk teruggevonden werd, maakt het mogelijk het onbrekende aan te vullen 7.nn m»n i * _u.

—nci uiij^evaiien halfvers inlascht, blijkt dat van de negen dingen de eerste »«ht t„it„.. * .

twee tot één vers zijn aaneengevoegd. Het nee-endo VW kQt,f„ „_ u° ._B.

, , «= f — "coic uuugsie in

de reeks wordt dan (v. 13a) als minder geplaatst tegenover de vreeze des Heeren (v. 13 6).

*) Ver moer! alii lr m

i ....'—,.„—, J . v. j.vr uorspron-

l ii- gt - 6 volgende met Ge-

"1 VS. II io WKl,™»

t' " — „ ""J"™» een venninKt

fragment van Hebr. in alle vertalingen onvolledig Het moet uit 2 volledige

(tweeledlfrel verjon Uhk.. i . ?

zal geluid hebben (wat daarvan in Hebr behouden bleef, is door den druk onderscheiden!: «(ÏpUihbin fc.V jj

wierf eene vrouw van verstand, en die'

niet ploegt met rund en ezel te gelijk. Gelukkig hij, dien zijne tong niet ten val brengt, en die niet dient eenen geringere dan hij». In het Hebr. staan de verminkte verzen in omgekeerde volgorde. De woorden ploegt met rund slaan zeker nn riant tvii m , ,

Lev. XIX 19) en zijn met behulp dier plaats aangevuld. De zin van het herstelde halfvers schijnt: Gelukkig wie met naast zijne huisvrouw eene bijvrouw heeft, of: Gelukkig wie niet met Joden en heidenen behoeft om te gaan Vsrl

lUTJF 14' 18 dit d* zili, dan' heeft de kleinzoon van den schrijver wel opzettelijk de zinsnede niet in zijne vertaling opgenomen, omdat zijne lezers onder de heidenen woonden.

. \ 9r' nee,t: *wie inzicht vond», wel met de oorspronkelijke lezing, aangezien van inzicht of wijsheid in v. 13 sprake is.

") Onder wijsheid zal men hier te verstaan hebben profane kennis en wetenschap, zeker een groot goed maar toch niet gelijk aan de ware en hoogste wijsheid, die in de vreeze des Heeren bestaat. Deze wordt v. 14 -16 nog verder geprezen.

; VS. lb komt wel is waar niat

Sluiten