Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

16. Ne extendas manum tuam prior, | et invidia contaminatus erubescaa, I

17. Ne comprimaris in convivio.

18. Intellige quae sunt proximi tui ex te ipso: j

19. ütere quasi homo frugi his, quae tibi apponuntur: ne, cum manducas multum, odio haberis.

20. Cessa prior causa diciplinte: et noli nimius esse, ne forte offendas.

21. Et si in medio multorum sedisti, prior illis ne extendas manum tuam, nee prior poscas bibere.

22. Quam sufficiens est homini erudito vinum exiguum, et in dormiendo non laborabis ab illo, et non senties dolorem.

23. Vigilia, cholera, et tortura viro infrunito:

24. Somnus sanitatatis in homine parco: dormiet usque mane, et anima illius cum ipso delectabitur.

25. Et si coactus fueris in edendo l multum, surge e medio, evome: et

16. strek dan niet [het eerst] uwe hand uit, [om niet, door misgunst bezwalkt, te moeten blozen;]

17. kom niet in botsing aan het maal18).

18. Beoordeel wat uws naasten is naar u zelf14).

19. Geniet als een [matig] mensch wat u wordt voorgezet, opdat men u, zoo gij veel eet, niet verafschuwe15). .

20. Houd het eerst op uit welvoeglijkheid, en toon u niet onverzadigbaar16), opdat gij geen aanstoot

21? *En zoo gq tusschen velen zit, strek niet eerder dan zij uwe hand uit17) [, en wees niet de eerste, die te drinken vraagt]. ,

22. Hoe licht vergenoegt zich eén man van opvoeding met weinig [wijn]! En gq zult er in- uw slaap geen hinder van hebben [, en geen

I kwelling gevoelen].

23. Slapeloosheid, braking en mislijkheid zqn voor den gulzige18).

24 Een gezonden slaap heeft de matige; hij slaapt tot den morgen, en zijne ziel gevoelt zich met hem verkwikt19).

25 En mocht gij gedwongen zun I geworden om veel te eten, sta op

het om alles». De afgunstige kan geen ander zien genieten, maar benqdt elkeen en om alles. Zijne afgunst verraadt zich voornamelijk in tranen van spqt. Hetgeen volgt behoort bijv. 16.

") Duidelijker dan de Vulgaat luidt de grondtekst: «Naar de plek, waarheen hij (de man met het booze oog, zie noot 11) ziet. strek uwe hand met uit, opdat gij niet in den schotel met hem samenstoot». Daar in vele aKodschriften der Vulgaat de voorzin bq v 15 getrokken was, werd de bqvoeo-ing van prior noodig. Het volgende toevoegsel is als verklaring van den nazin bedoeld. _ ' .* ..

»*) Blijkens Hebr. en Gr. viel hier een verslid uit. In zijn geheel luidt het vers naar Hebr.: «Weet wel: uw vriend (uw medegast of gastvriend) is gelijk gij zelf: let daarom op alles wat gij afkeurt». De zin is: Bedenk dat gij niet anders en beter zijt dan

uw vriend; vermijd daarom alles wat gij in hem zoudt afkeuren, zoo hij bq u te gast ware. . .

,5) Naar den gezuiverden grondtekst. «Eet als een man wat u wordt voorgezet (d. i. grijp niet als een kind naar alles wat gfl op tafel ziet), en wees met gulzig, opdat men u niet v«afs«huwe. _ De tweede strophe (v. 20—25) bevat verdere voorschriften van welvoeglijkheid en matigheid.

"1 öeDr.: «eu »»y .

") uit vrees van niet genoeg te zullen Icrijgen. ..

*•) Naar Hebr. vermoedelqk. «£</»lijke slapeloosheid en lastige hik en draaiing der ingewanden zqn voor d«n dwazen man». , .

—™ j i. Hahr tpn oeeie

nMr Svr. en Gr.: «Gezonde slaap is

rr. . • ™ mtimit* hit 'amoro-ens

op, dan is zijn verstand bij hem».

Sluiten