Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Qui interrogationem manifestat, parabit verbum, et aio deprecatus exaudietur, et conservabit disciplinam, et tune respondebit.

5. Praecordia fatui quasi rota carri, et quasi axis versatilis cogitatus illius. Supra XXI 17.

6. Equus emissarius, sic et amicus subsannator, sub omni suprasedente binnit.

7. Quare dies diem superat, et iterum lux lucem et annus annum a

sole?

luid hebben: «oe-teröthö ka-oerim 16 (een lamed met waw) 'emoenah*. Maar ten onrechte meenen de Grieksche vertaler en de nieuweren op zijn voetspoor dat met oerim het voormalige orakel van Oerim en Thoemmim bedoeld is. Evenals. II Reg. XXVHI 6 (zie noot 1' ald.) beteekent het «haardvuur» (vgl. Is. XLVII 14; Ez. II 5). Nergens in de Schrift wordt oerim alléén voor Oerim en Thoemmim gebezigd. Buitendien kon Sirachzoon bezwaarlijk het reeds bijna duizend jaren te voren verstomde orakel gebruiken als een beeld van de getrouwheid der Wet. Naar allen schijn zal men daarom v. 3 in zqn geheel aldus moeten lezen: «De wijze man slaat acht op het woord van Jahwe, en zijne (Jahwe's) wet is bem als het haardvuur getrouw. Het steeds brandende, heilige haardvuur is een treffend beeld van de gestadige hulp en leiding, welke 's Heeren wet geeft aan wie haar onderhouden.

4) De duisterheid van dit vers naar de Vulgaat vindt haar verklaring hierin, dat de Latijnsche vertaler erótêma dêlön van v. 3 (zie noot 3) geheel verkeerd begreep en bij dit vers voegde, hetwelk naar Gr. luidt: «Bereid u voor op het spreken, en zoo zult gij hoorders vinden; verzamel tucht en antwoord». Het laatste wil zeggen: Antwoord nooit lichtzinnig, maar doe het steeds met zelfbeheersching, naar de regels der tucht.

•) In de oudheid gebruikte men naast wagens met vaste ook wagens met draaiende assen. Draaiende raderen en assen zijn een treffend beeld van de ongestadigheid der beginsellooze of dwaze menschen.

4. Wie een vraagstuk wil voorstellen, zorge voor het woord; en wordt hij dan gevraagd, dan zal men naar hem luisteren; en hij onderhoude den regel en antwoorde dan*).

5. Het hart van den dwaas is als een wagenrad, en als eene ronddraaiende as zijn zijne gedachten5).

6. Als een dekhengst is een spotzieke vriend; hij hinnikt onder iederen ruiter').

7. Waarom overtreft de eene dag den anderen [en eveneens het eene licht het andere en het eene jaar het andere] — van de(zelfde) zon7) ?

•) Als een dekhengst. Het Latijn equus emissarius (woordelijk: een los loopend, losgelaten paard, wat geen zin geeft) is blijkens sommige handschriften der Itala verschreven uit »equus admissarius». Door wien ook bereden, hinnikt een dekhengst bij de nadering van elke merrie. Zoo neemt een spotter, in welk gezelschap hij zich ook bevinde, elke gelegenheid te baat om zijne hoorders aan het lachen te brengen, zelfs ten koste van zijne vrienden. — Opnieuw onderbreekt Sirachzoon v. 7—19 zijne onderrichtingen; nu met eene dichterlijke aanprijzing van zijne wijsheid. Naar Gr. schijnt het dichtstuk te bestaan uit eene strophe en eene tegenstrophe, elk van 6, en eene slotstrophe van 4 verzen. De inhoud der strophe (v. 7—10) is: Gelijk het verschil tusschen feestdagen engewone dagen, zoo heeft het verschil tusschen menschen van hooger en menschen van lager rang alleen Gods beschikking tot oorzaak. De tegenstrophe (v. 11—15) werkt op dichterlijke wijze de gedachte, dat God naar zijn vrijen wil rang en stand der menschen regelt, uit. In den slotzang (v. 16—19) verklaart dan de dichter dat hij, door God geroepen om te leeraren, wijsheid verkondigt en daarom hoog en laag uitnoodigt om naar hem te luisteren.

') In de Vulgaat zijn v. 7—10a door misvattingen en toevoegsels verduisterd. Lees naar Gr.: «Waarom overtreft de eene dag den andere, terwijl toch alle licht van de dagen in het jaar (komt) van de zon ? Door de wijsheid des Heeren werden zij onderscheiden ; en Hij deed afwisselen de tijden en de feestdagen. Sommige verhoogde

32

Sluiten