Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

CAPUT XXXVIII.

HOOFDSTUK XXXVIII.

Versmaad niet den geneesheer, noch zijne artsenijen. Neem in ziekte uwe toevlucht tot God en tot den geneesheer (v. 1—15). Matig uwen rouw over de afgestorvenen (v. 16—24). Wie zich geheel aan de wijsheid wijdt, kan door wijsheid uitblinken en nuttig werken; niet wie een bedrijf uitoefent fv. 25—39).

1. Honora medicum propter necessitatem: etenim illum creavit Altissimus.

2. A Deo est enim omnis medela, et a rege accipiet donationem.

3. Disciplina medici exaltabit caput illius, et in conspectu magnatorum collaudabitur.

4. Altissimus creavit de terra medicamenta, et vir prudens non abhorrebit illa.

5. Nonne a ligno indulcata est aqua amara? Exod. XV 25.

6. Ad agnitionem hominum virtus iilorum, et dedit hominibus scientiam Altissimus, honorari in mirabilibus suis.

7- In his curans mitigabit dolorem, et unguentarius faciet pigmenta suavitatis, et unctiones conficiet sanitatis, et non consummabuntur opera ejus.

8. Pax enim Dei super faciem terra).

l) Voor het behoud der gezondheid is het voorts noodig gedurig den arts te raadplegen (v. 1 —8). Naar Hebr. luidt v. 1: «Verkeer met den arts, alvorens Aw noodig is (de Vulgaat volgt de vermoedelijk verschreven lezing van Gr. pros tas chreias voor »pro tês chreias»); want ook Hem heeft God aangesteld».

*) Hebr.: «Van God heeft de arts de wijsheid, en van den koning ontvangt hij geschenken». Hij mag daarom niet geminacht worden.

a) Naar Hebr.: «en voor de grooten (vorsten) mag hij staan», behoeft hij zich niet gelijk de hovelingen neer te werpen.

*) Hebr.: «veracht ze niet».

*) Naar Gr. en Hebr.: «om aan alle

1. Eer den arts vanwege de behoefte, want hem gaf het aanzijn de Allerhoogste1).

2. Van God toch komt alle genezing, en van den koning ontvangt hij geschenken2).

3. De wetenschap van den arts verheft zijn hoofd, en bij de grooten wordt hij geprezen3).

4. De Allerhoogste schieD uit de

aarde de artsenijen, en een wijs man zal ze niet versmaden1).

5. Werd niet door het hout zoet gemaakt het [bittere] water ?

6. De menschen zouden hare kracht leeren kennen9). En aan de menschen gaf de Allerhoogste inzicht, om verheerlijkt te worden in zijne wonderbare daden6).

7.^ Door deze geneest en lenigt hij de pijn, en de artsenijbereider maakt er verzachtende pleisters van [en stelt heilzame zalven saam]; zoo gaan zijne werken niet te gronde.

8. Want het heil van God is op de aarde7).

menschen te openbaren zijne (Gods) kracht?» Gelijk God, toen Hij door het hout het bittere water zoet maakte (Exod. XV 25), zijne macht toonde, zoo doet HQ dit voortdurend, als Hij door middel van artsenijen ziekten geneest.

•) Hebr.: «door zijne macht». De kennis van den arts komt van God; in de genezing van den zieke door den arts openbaart zich daarom 's Heeren macht

') Lees v. 7 en 8 naar Hebr. met kleine verbetering: «Door deze (de artsenijen) stilt de arts (het onderwerp van mitigabit is dus niet de Allerhoogste van v. 6) de pijn, en evenzoo bereidt de artsenijbereider het mengsel, opdat niet verdwijne zijn (Gods) werk en de redding (tesjoe'a voor «toesjija»)

Sluiten