Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

35. Ignis, grando, fames, et mors, omnia haec ad vindictam creata sunt:

36. Bestiarum dentes, et scorpii, et serpentes, et romphaea vindicans in exterminium impios.

37. In mandatis ejus epulabuntur, et super terram in necessitatem praeparabuntur, et in temporibus suis non praeterient verbum.

38. Propterea ab initio confirmatus sum, et consiliatus sum, et cogitavi, et scripta dimisi.

39. Omnia opera Domini bona, et omne opus bora sua subministrabit. Gen. I 31; Mare. Vil 87.

40. Non est dieere: Hoe illo nequius est: omnia enim in tempore suo eomprobabuntur.

41. Et nunc in omni corde et ore collaudate, et benedicite nomen Domini.

35. Vuur, bagel, honger en dood24), alles dit is ter wrake geschapen:

36. tanden der verscheurende dieren en scorpioenen en slangen en het wrekende zwaard ter verdelging der goddeloozen.

37. Naar zijne bevelen verzadigen zij zioh, en zij houden zich op aarde naar behoefte gereed, en als het hun tijd is, laten zij het bevel niet onuitgevoerd25).

38. Daarnaar was van den beginne mijne overtuiging en dit [overwoog en] overpeinsde ik en bracht het in geschrifte:

39. Alle werken des Heeren zijn goed, en ieder werk stelt Hij op zijn tijd in dienst.

40. Het gaat niet aan te zeggen: Dit is slechter dan dat; want alles zal zioh op zqn tijd goed betoonen-*5).

41. Nu dan, uit gansch uw hart en mond prijst en zegent den naam des Heeren27).

CAPUT XL. HOOFDSTUK XL.

Groot is de ellende van het menschelijk leven (v. 1—7), maar zevenvoudig ellendig het leven der goddeloozen, terwijl de vromen btj hun lijden troost vinden in kunne vroomheid (v. 8—17). Van al de goederen des levens is het grootste de vreeze des Heeren (v. 18—28). Geen slechter leven dan dat van den bedelaar (v. 29 32).

1. Occupatio magna creata est omnibus hominibus, et jugum grave super filios Adam, a die exitus de ventre matris eorum, usque in diem sepulturae, in matrem omnium.

**) Hebr.: «pest».

") Naar den grondtekst met geringe verbetering: «Al deze dingen (de v. 35 en 36 genoemde) zijn gelijkelijk tot een eigen doel geschapen en als in de voorraadschuur worden zij op hun tijd ontboden. Als Hij hen ontbiedt, verheugen zij zich; en ontvangen zij een bevel, dan weerstreven zij niet».

1. Groote last werd allen menschen toebebeeld, en een zwaar juk drukt op de kinderen van Adam1), van den dag huns uittredens uit den schoot hunner moeder tot den dag hunner begrafenis in de algemeene moeder.

'") Zie in noot 15 het refrein naar Hebr.

") Naar Hebr.: «Nu juicht van ganscher harte en zegent den naam van den Allerheiligste*. Met dit buiten het strophenverband staande vers besluit de dichter zijn onderwerp.

l) Onderwerp der hier beginnende

Sluiten