Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Et imperantes in praesenti populo, et virtute prudentiae populis sanctissima verba.

5. In peritia sua requirentes modos musicos, et narrantes oarmina scripturarum.

6. Homines divites in virtute, pulchritudinis studium babentes: pacificantes in domibus suis.

7. Omnes isti in generationibus gentis suae gloriam adepti sunt, et in diebus suis habentur in laudibus.

8. Qui de illis nati sunt, reliquerunt nomen narrandi laudes eorum:

9. Et sunt quorum non est memoria: perierunt quasi qui non fuerint: et nati sunt, quasi non nati, et filii ipsorum cum ipsis.

10. Sed illi viri miserioordiae sunt, quorum pietates non defuerunt:

11. Cum semine eorum permanent bona,

12. Hereditas sancta nepotes eorum, et in testamentis stetit semen eorum:

13. Et filii eorum propter illos usque in aeternum manent: semen eorum et gloria eorum non derelinquetur.

4. en machthebbers onder het volk van hun tijd, en door hun verstandig beleid aan de volkeren het heiligste (gevend).

5. Anderen, die in hunne kunst zangen dichtten op maat en liederen op schrift stelden,

6. mannen rijk in macht, behartigers van het schoone, vredestichters in hunne woonplaatsen.

7. Allen dezen verwierven eere onder de tijdgenooten [bij hun volk] en werden in hunne dagen beroemd.

8. Wie uit hen geboren werden, lieten eenen naam achter om te verkondigen hunnen lof4).

9. Ook zijn er, die men niet herdenkt; zij gingen heen als waren zij niet geweest, en geboren waren zij als niet geboren, en hunnekinderen met hen.

10. Maar genen waren brave mannen, wier vroomheid niet onderging5).

11. Bij hun zaad verblijven hunne goederen;

12. [heilige] erfgenamen zijn hunne kindskinderen, en in het verbond staat vast hun zaad,

13. en hunne kinderen [blijven] om hunnentwil altijd door; hun zaad en hun roem zullen niet ondergaan.

vorsten, profeten en volksleiders; in de volgende wijzen en raadgevers, psalmen spreukdichters, in het laatste mannen van macht en vermogen. In Gr. en Vulgaat vielen eenige versleden uit en werden niet bijeenhoorende tot één vers saamgetrokken. In de Vulgaat is sanetissima (v. 46) verschreven uit sapientissima. — Van tegenstrophe I (v. 8—15) is de inhoud: Terwijl de gedachtenis van velen vergaat, blijven naam en geslacht der vromen steeds voortbestaan.

*) Lees v. 8 en 9, aanhef van tegenstrophe I, naar Hebr.: «Sommige van hen (van de voorvaderen) verwierven naam, zoodat zij met lof (wijd en zijd) geprezen worden; sommige van hen bleven zonder roem en eindigden met hun einde (bij hun dood geraakten zij

terstond in vergetelheid); zij leefden als hadden zij niet geleefd, gelijk ook hunne zonen na hen». De Latijnsche vertaler verstond in den aanhef van dit vers Gr. eisin aytón (van hen zijn er) verkeerd als: «er zijn uit hen geboren*.

5) Naar Hebr., met behulp van Gr. en Syr. aangevuld en verbeterd, schijnt men v. 10—13 ongeveer als volgt te moeten lezen: «Maar genen (de mannen in de strophe genoemd) waren brave mannen, en hunne hoop was niet ijdel. Hunne goederen bleven aan hunne nakomelingen en hun erfdeel aan hunne kindskinderen. In hun verbond (hun trouw aan den Heer) bleef hun zaad, en hunne kindskinderen om hunnentwil. In eeuwigheid leeft voort hunne gedachtenis en hunne vroomheid wordt niet vergeten».

I

V

35

Sluiten