Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tollere hominem fortem in bello, et exaltare oornu gentis suae.

7. Sic in decem millibus glorificavit eum, et laudavit eum in benedictionibus Domini in offerendo illi coronam gloria?: I Reg. XVIII 7,

8. Contrivit enim inimicos undique et exstirpavit Philisthiim contrarios usque in hodiernum diem: contrivit cornu ipsorum usque in aeternum.

9. In omni opere dedit conf essionem Sancto, et Excelso in verbo gloriae.

10. De omni corde suo laudavit Dominum, et dilexit Deum, qui fecit illum: et dedit illi contra inimicos potentiam:

11. Et stare fecit cantores contra altare, et in sono eorum dulces fecit modos.

12. Et dedit in celebrationibus decus, et ornavit tempora usque ad consummationem vitae, ut laudarent nomen sanctum Domini, et amplificarent mane Dei sanctitatem.

13. Dominus purgavit peccata ipsius, et exaltavit in aeternum cornu ejus: et dedit illi testamentum regni, et sedem gloria? in Israël. II Reg. XII13.

14. Post ipsum surrexit filius sen-

ken krijgsheld neer te vellen en den hoorn zijns volks te verheffen5).

7. Daarom verheerlijkte men hem voor tienduizend en prees hem om de zegeningen des Heeren6) en reikte hem de kroon der glorie.

8. Hij toch verdelgde de vijanden rondom en roeide de vijandige Philistijnen uit tot op den dag van heden; hij verbrijzelde hun hoorn voor altoos7).

9. Bij alles wat hij verrichtte verheerlijkte hij den Heilige en Allerhoogste in woorden van lofprijzing.

10. Uit geheel zijn hart prees hij [den Heer] en beminde hij God, zijnen Schepper. [En Hij verleende hem macht tegen de vijanden8).]

11. Ook stelde hij zangers op voor het altaar, en door hun zang liet hij liefelijke zangwijzen uitvoeren.

12. En hij omgaf met luister de plechtigheden en regelde de feesttijden ten einde [des levens] toe, opdat zij 's Heeren heiligen naam zouden prijzen en in den morgen Gods heiligheid zouden verheerlijken9).

13. De Heer zuiverde hem van zijüe zonden10) en verhief voor altoos zijn hoorn, en gaf hem het testament des koninkrijks11) en den troon der heerlijkheid in Israël.

14. Na hem trad op een wijze

*) Naar bekende bijbelsche beeldspraak: zijn volk machtig te maken. _ •) Naar Hebr. met noodige aanvulling: «Daarom tongen, hem toe de meisjes en roemden hem (als den verwinnaar van) tienduizend». Zie I Reg. XVIII 7. En prees.... Heeren is ontstaan uit een verschreven tekst van Hebr.

') Het slot der tegenstrophe (v. 7 c en 8) naar Hebr. aldus te lézen: «Toen hij zich de kroon had opgezet, voerde hij oorlogen en verwon de vijanden rondom. En hij plunderde de steden der Philistijnen en brak hun hoorn voor altoos». Zie II Reg. VIII t.

") Naar Gr., met behulp van Syr. verbeterd: «Met heel zijn hart beminde hij zijnen Schepper, en eiken dag prees

hij Hem met gezangen*.

•) Naar Hebr., ten deele naar I Par. XVI 4 verbeterd, zal men v. 11 en 12 aldus moeten lezen: «Citherspelers plaatste hij voor het altaar en door den klank van het psalter maakte hq lieflijk de gezangen. En hij zette aan de feesten luister bij en regelde de plechtigheden naar orde. Wanneer zij (de zangers) zijnen (Gods) heiligen naam prezen, dan weergalmde vroeg in den morgen het heiligdom».

10) Naar Hebr., met het oog op II Reg. XII 13 verbeterd: «Maar ook vergaf Jahwe hem zqne zonde».

") D. i. stelde voor hem en zijne nakomelingen het koningschap vast.

Sluiten