Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

satus, et propter illam dejecit omnem potentiam iaimicorum.

15. Salomou imperavit in diebus pacis, cui subjecit Deus omnes boetes, ut conderet domum in nomine suo, et pararet sanctitatem in sempiternum: quemadmodum eruditus es in jurentute tua. III Reg. III1.

16. Et impietus es, quasi flumen, sapientia, et terram retexit anima tua. III Reg. IV 31.

17. Et replesti in comparationibus aenigmata: ad insulas longe divulgatum est nomen tuum, et dilectus es in pace tua.

18. In cantilenis, et proverbiis, et comparationibus, et interpretationibuB miratae sunt terra?.

19. Et in nomine Domini Dei, cui est cognomen, Deus Israël,

20. Collegisti quasi aurichalcum aurum, et ut plumbum complesti argentum. III Reg. X 27.

21. Et inclinasti femora tua mulieribus: potestatem habuisti in corpore tuo.

") Lees v. 14 en 15 naar den verbeterden grondtekst: «Om zijnentwil (d. i. om de belofte hem gegeven, zie li Reg. VII 12 volg.) trad op na hem een wijze zoon, die leefde in veilige rust Salomon regeerde in dagen van vrede, en God gaf hem rust rondom, opdat hij» enz. Zie I Par. XXII 9, 10. — Strophe IV en tegenstrophe IV tellen in Hebr. elk 5 verzen, beurtzang IV bestaat uit tweemaal 6 verzen. In de strophe (v. 15 c—19) verheerlijkt de dichter, Salomon zelf aansprekend, diens wqsheid; in de tegenstrophe (v. 20—24) laakt hij zijne zondige weelde, oorzaak van Gods gramschap, die vloek bracht over zqn geslacht en scheuring in zijn rijk. Oe eerste helft van den beurtzang (v. 25—29 a) werkt het slot der tegenstrophe verder uit, waarna de tweede helft (v. 29 o— XLVIII 3) verhaalt hoe de goddeloosheid in het rijk Ephraïm gestadig toenam, totdat Elias Gods straffen over de goddeloozen deed komen.

") Naar Hebr., met behulp der ver-

zoon, en om zijnentwille wierp Hij alle macht [der vijanden] ter aarde.

15. Salomon was koning in dagen van vrede, en God onderwierp hem alle vijanden, opdat hij een huis zou bouwen in zijnen naam en een heiligdom stichten voor altoos12). Hoe verstandig waart gij in uwe jeugd!

16. En vol waart gij, gelijk een stroom, van wqsheid, en uw geest overdekte de aarde;

17. en gij reegt in zinspreuken raadsel aan raadsel13); tot de verre eilanden verspreidde zich uwe faam, en bemind werdt gij om uwen vrede1*).

18. Over uwe liederen en spreuken en gelijkenissen en verklaringen stonden verbaasd de landen.

19. En in den naam van den Heere God, die bijgenaamd is Israël 's God15)

20. verzameldet gij16) goud als blik en hooptet gij zilver opeen als lood.

21. Maar gij keerdet uwe lenden tot de vrouwen — macht hadt gij in uw lichaam17) —

talingen aangevuld en verbeterd, zal de aanhef van strophe IV moeten luiden: «Hoe verstandig waart gij in uwe jeugd en stroomdet gij, als de Niil, van wijsheid over! Gij doordrongt (doorvorschtet) de aarde met uwen geest en waart rijk aan spreuken en liederen».

14) Naar Gr., met behulp van Syr. (in Hebr. ontbreekt v. 17) verbeterd: «en zij (de eilanden) begeerden u te hooren».

") Naar Hebr. luidt het slot der strophe: «Door liederen, gelijkenissen, raadsels en geestige gezegden sloegt gij de volken met bewondering (vgl. III Reg. IV 32—34). Gij werdt benaamd naar den naam van den Geëerde, die wordt aangeroepen over Israël*. De dichter zinspeelt op den II Reg. XII 15 door Nathan aan Salomon gegeven bijnaam Jedidjah, d. i. door God bemind.

") Lees naar Hebr. (aanhef der tegenstrophe) : «Gij verzameldet goud als ijzer» enz. Zie III Reg. X 27.

") Foutief voor (Hebr.): «macht gaaft gij (haar) over uw lichaam». Zie III Reg. XI.

Sluiten