Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

21. Et rogavit populus Dominum ezcelsum in prece, usquedum perfectus est honor Domini, et munus suum perfecerunt.

22. Tune desoendens, manus suas extulit in omnem congregationem filiorum Israël dare gloriam Deo a labiis suis, et in nomine ipsius gloriari:

23. Et iteravit orationem suam, volens ostendere virtutem Dei.

24. Et nunc orate Deum omnium, qui magna fecit in omni terra, qui auxit dies nostros a ventre matris nostrae, et fecit nobiscum secundum suam misericordiam:

I 21. En het volk riep den Heer, den Allerhoogste, aan in het gebed, totdat 's Heeren plechtigheid beëindigd en men gereed was met den dienst9).

I 22. Dan daalde hij af en verhief zijne handen over de gansche gemeente der kinderen van Israël, om God te prijzen met zijne lippen en op zijnen naam te roemen;

' 23. en hij herhaalde zijn gebed, begeerig om Gods kracht te be| toonen10).

i 24. En nu11), bidt tot den God van I het al, die groote dingen heeft ge¬

daan op de gansche aarde, die onze

-. - J 1 U««*» Ar.*.

dagen vermoei ueiu iioojlk iau schoot onzer moeder af en met ons 1 deed naar zijne barmhartigheid.

•) Naar den grondtekst: «En het gansche volk des lands riep luid in het gebed vóór het aanschijn van den Barmhartige, totdat hij (Simon) den dienst van Jahwe voltooid en Hem het voor geschrevene opgedragen had*.

10) In de Vulgaat geven v. 22 6 en 23 den zin van den grondtekst niet juist wprW Men zal vermoedeliik moeten

lezen: «en de zegen van Jahwe was op . zijne lippen, en op den naam van Jahwe beroemde hij zich. Dan vielen zij ten tweeden male neder (zie v. 19), om. den zegen van hem te ontvangen».

") Plechtige aanhef van de epiloog op den lof der vaderen. Geheel ten j onrechte beschouwen sommigen v. 24—26 als weergevend of den zegen van Simon, of de bede, waarmede het volk op dien zegen antwoordde. De verschillende teksten vertoonen onderling aanzienlijke afwijkingen. Maar het eerste gedeelte kan met vrij groote zekerheid aldus worden hersteld: «En nu prijst den God van het al, ^die wonderbaar doet (ham-maphli*ia.°a.soth, vgl. Judic. XIII noot 16) op aarde, die den mensch doet opgroeien van den moederschoot af en hem schiep naar zijn welbehagen». Het tweede gedeelte veroorzaakt meer moeilijkheid. Hebr. heeft woordelijk: «Hij geve u wijsheid des harten, en in vrede zij Hij onder u. Gestadig zij met Simeon zijne liefde, en Hij bevestige op hem het verbond van Phineës, dat niet verdelgd worde voor hem en zijn zaad gelijk de dagen des hemels». Gr. daarentegen luidt:

«Hij geve ons blijheid des harten en dat vrede worde in onze dagen, in Israël alle dagen door; gestadig zij met ons zijne hefde, en in zijne dagen bevrijde Hij ons». Gr. schijnt minder bedorven dan Hebr. Vooreerst toch lijkt het natuurlijker, dat de dichter in zijne zegenbede zichzelf insluit dan dat hij haar enkel uit voor zijne volksgenooten, die hij opriep om God te prijzen. Het laatste, zonder twijfel echte verslid naar Gr. luidt dan ook: «en in zijne dagen bevrijde Hij ons». Voorts is blijheid des harten, dat onzen dichter kenmerkt, zeker oorspronkelijk. Derdens is in vrede blijkbaar schrijffout. Het eerste vers zal daarom aldus moeten worden gelezen: «Hij geve ons blijheid des harten, en de vrede zij met ons alle dagen» (het laatste naar Gr.). In het tweede vers naar Hebr. is met Simeon zonder twijfel niet oorspronkelijk. Simon was, toen Sirachzoon dichtte, niet meer in leven (zie de Inleiding). Men zal daarvoor moeten lezen met Israël, naar Gr. doet vermoeden, of nog beter: «met zijn volk» (Hm 'amhoe, dat in Hebr. schrift meer op 'im sjim'eón lijkt en de anders nauwelijks te begrijpen aansluiting van v. 27 en 28 (zie noot 12) zeer begrijpelijk maakt). In dat geval zal men in Israël als eene verschoven glosse op met zijn volk mogen beschouwen. Wat Hebr. verder nog heeft en Hij bevestig» op hem enz. is eene glosse op den reeds bedorven tekst. Het tweede vers zal dus gezuiverd en hersteld in

Sluiten