Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ALGEMEENE INLEIDING

OP

De Profetische Boeken.

Het woord profeet is van Griekschen oorsprong en beteekent allereerst iemand, die als woordvoerder van èen ander optreedt. Ook het Hebreeuwsche woord ndbi, door de Zeventigen met profeet vertaald, drukt, welke dan ook de woordafleiding daarvan zij, hetzelfde begrip uit. Dit blijkt uit Exod. VLT 1, waar Aaron de nabi, de profeet van Moses heet, omdat hij, volgens de bijgevoegde verklaring, als woordvoerder van Moses voor Pharao moest optreden. Vgl. Gen. XX noot 5. De profeten van het Oude Verbond nu dragen dien naam als woordvoerders van God bij uitnemendheid, aan wie Hij op bovennatuurlijke wijze zijn leer en zijnen wil openbaarde en tevens den last gaf het geopenbaarde aan anderen mede te deelen. Nog andere namen worden in de H. Schrift aan de profeten gegeven, meermalen heeten zij roëh of chozeh, d. i. ziener of schouwer, om de wijze waarop hun de bovennatuurlijke kennis werd gegeven; hunne bediening ten opzichte van het volk schonk hun den naam van wachters, herders enz.; hunne innige betrekking tot God gaf hun den titel van mannen Gods, dienstknechten'lies Heer en.

De bediening der profeten was niet uitsluitend, zelfs niet voornamelijk, het openbaren der toekomst. Hun eerste taak was de boetprediking,

Sluiten