Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De profetische bediening was bijgevolg in oorsprong en werking bovennatuurlijk j en . het gaat niet aan om, met veriffeing naar de waarzeggers der Chanaanietlsche en andere heidensche volken, het optreden en werken van; Israël's profeten op natuurlijke wijze te verklaren. Dat die ergerlijke bewering, welke lijnrecht in tegenspraak is met de uitdrukkelijke en herhaalde verklaringen der heilige profeten, aan schromelijke oppervlakkigheid lijdt, behoeft eigeglgk niet eens gezegd. Immers zij ziet geen onderscheid tusschen de leiders des volks en de volksverleiders, tusschen de bestiijjders en de vleiers der hartstochten, tusschen de ware godsgezanten en de valsche profeten, en dit alleen omdat er ook in Israël waren, die in navolging der Chanaanietische waarzeggers «ich door den boozen geest lieten inblazen en in hun uiterlijk optreden de ware godsgezanten nabootsten Maar die bewering is ook in tegenspraak met zich zelve. Ware toch gelijk door hare verdedigers gezegd wordt, het optreden der profeten bij het volk Gods alleenlijk als de edelste en hoogste uiting van den Israëlietischen volksgeest' te beschouwen, dan moest althans die volksgeest, die geaardheid van Israël eenigszins overeenstemmen met het karakter en de werkzaamheid der profeten. Wat echter leert daaromtrent de geschiedenis? Israël, een zinnelijk volk, hing aan uiterlijk vertoon, veronachtzaamde de waarachtige^, ftt zedelijke deugd en reinheid van leven zich toonende godsvereering en zocht de gerechtigheid het liefst bij louter uitwendige wetsvervulling. Dat aardschgezinde volk keerde reeds van den beginne lichtvaardig Jehova den rug toe, gevoelde zich als op onweerstaanbare wijze tot beeldendienst en afgoderq getrokken en verviel telkens tot den schandelijken, echt wulpschen duifelendienst der heidensche naburen. Dat zelfde volk, ij del op zijne afstamming uit Abraham en op zijne bijzondere nftvei'Mezing, verhief zich trotsch boven alle andere volken, droeg den heidenen eer verachting en haat dan genegenheid toe en wilde, naijverig op zijne voorrechten, daarvan geheel de overige wereld uitsluiten. Ziedaar den volksgeest, de geaardheid van Israël Hoedanig daarentegen is de leer der profeten? Als gezanten van den driewerf heiligen God, die harten en nieren doorgrondt, brandmerken zij de bloot uiterlijke godsvereering en wetsvervulling, en vorderen zij rechtvaardigheid, kuischheid, echte deugd. Als gezanten-van den éénen waren, onzichtbaren God slingeren Bij de zwaarste vervloekingen tegen de afgoderij en verschrikken het zondige volk met de ergste bedreigingen. Als gezanten van den God aller volken verkondigen zij zijne lief derijke plannen ook jegens de heidenen en voorspetien zij, den hoogmoed van Israël met voeten tredend, dat, met uitsluiting van het meerendeel der Joden, het toekomstige Israël ook de menigte der heidenvolken zal omvatten. De prediking der profeten dus, alleen uit natuurlijk oogpunt beschouwd, is een gebouw zonder grondslag, een gevolg zonder oorzaak, een historische onmogelijkheid. En nog meer onverklaarbaar Wordt dit, als men op de volken let, van welke Israël in natuurlijken aanleg en karakter, in geaardheid en volksgeest weinig of niet verschilde. Waren de volken van Ismaël en Edom, van Moab en Ammon met Israël geen takken van denzelfden Semietiséhen stam, geen broedervolken, die onder hetzelfde klimaat, in dezelfde gewesten en onder bijna gelijke levensomstandigheden zich

Sluiten